Mijn manifest
Vandaag en volgende week verschijnt in weekblad Knack een reeks interviews met vijf jonge politici. Eén centrale vraag: als je morgen een burgemanifest zou schrijven, wat moet daar dan zeker in staan? Knack contacteerde mij als groene politica. De weerslag van het interview afgenomen door journalist Joël De Ceulaer publiceer ik hieronder.
‘Klassieke recepten deugen niet meer’
De economie is niet iets is wat je overkomt, maar iets waarvoor je kiest, zegt Els Keytsman. ‘België moet tegen 2050 klimaatneutraal worden, en de overheid mag de verantwoordelijkheid daarvoor niet afschuiven op de individuele burger.’
DOOR JOËL DE CEULAER
‘We moeten terug naar de inhoud. De laatste jaren ging het in de politiek over de verpakking, over de waan van de dag, het ideetje van de week. Terwijl we net weer nood hebben aan grote verhalen, aan ideologie. Aan een antwoord op de vraag: hoe willen we dat onze maatschappij eruit ziet, welke kant moet het op met onze wereld? Dáárover gaat het in de politiek.
Mijn manifest is een ecologisch manifest. De milieucrisis is de belangrijkste uitdaging voor de komende jaren. Als we binnen dit en vijftien jaar geen radicale omslag maken in onze manier van produceren en consumeren, dan zijn de gevolgen niet te overzien. Ons klimaat dreigt een aantal drempelwaarden onherroepelijk te overschrijven, dus het is cruciaal dat we nu al de juiste keuzes maken. De debatten over ‘progressief’ versus ‘conservatief’ zijn voor mij achterhoedegevechten. Wat we nodig hebben zijn ecologische oplossingen.
Ecologie is een verhaal van verwevenheid, verbondenheid. Het individu is belangrijk, maar alles wat we doen heeft ook een impact op het leven van vele andere mensen. Als westerlingen vormen wij 20 procent van de wereldbevolking, en veroorzaken wij 80 procent van de uitstoot. Dat is onaanvaardbaar. We moeten streven naar een rechtvaardige herverdeling. Het liberalisme en het socialisme hebben een grote betekenis gehad. Het liberalisme is een belangrijke emancipatorische beweging geweest, die ons vrijheid en vooruitgang heeft gebracht. Het socialisme heeft daar de sociale burgerrechten aan toegevoegd. Maar vandaag mis ik de ecologische burgerrechten. Op alle niveaus, zowel mondiaal als nationaal. Mensen hebben recht op schoon drinkwater, een proper leefmilieu, een fatsoenlijk geïsoleerde woning, gezonde voeding, enzovoort.
We moeten naar een groen bnp. Het is heel merkwaardig, maar als je alleen maar naar het bruto nationaal product kijkt, dan is alles wat geld kost of geld opbrengt goed voor de economie. Ook milieuvervuiling, ironisch genoeg. Terwijl dat natuurlijk nergens op slaat. Klassieke economen kunnen alleen optellen, ze trekken nooit af. Een groen bnp wordt anders berekend. Dingen die niet goed zijn voor de maatschappij, worden ervan afgetrokken. En dingen die wel goed zijn voor de maatschappij maar die geen geld kosten, zoals mantelzorg, worden erbij opgeteld.
We lijden aan een neurotische groeidwang. En daar moeten we vanaf. De neoliberale recepten die de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds nu al jaren opleggen aan landen die het moeilijk hebben, wérken niet. Dat zeg ik niet alleen, ook de Amerikaanse topeconoom Joseph Stiglitz schrijft dat. Heel veel landen zijn door die recepten in een nog diepere crisis terecht gekomen. Dat komt omdat die klassieke economische theorieën niet kloppen. Ik heb zelf economie gestudeerd en geloof me: de homo economicus is een karikatuur, een concept dat economen hebben uitgevonden. Zij gaan ervan uit dat in de vrije markt elke consument over alle nodige informatie beschikt en op een volstrekt rationele wijze een keuze maakt. Maar dat is niet zo. Niemand beschikt over alle informatie. En niemand is alleen maar een rationele, calculerende burger.
De klassieke recepten deugen niet meer. Ook niet die van de klassieke milieueconomen. Omdat het ook liberale recepten zijn: ze willen op alles een prijs plakken, ook op milieuvervuiling. Nu zul je mij nooit horen pleiten tegen het principe dat de vervuiler betaalt. Ecofiscaliteit is een noodzakelijke ingreep, maar het is niet voldoende. Ik vind het bijzonder positief dat premier Verhofstadt het klimaatprobleem eindelijk erkent en er iets aan wil doen. Maar als hij in ruil voor de milieufiscaliteit de vennootschapsbelasting wil laten dalen, ga ik niet akkoord. Je mag nooit het principe verlaten dat je belasting heft op winst. Winstbelasting ruilen voor milieubelasting is trouwens niet erg verstandig. Een milieutaks maakt zichzelf in principe overbodig: als alle bedrijven op den duur milieuneutraal werken, betalen ze geen milieubelastingen meer. Als ze dan ook geen vennootschapsbelasting meer betalen, hebben we toch een probleem. Een ander probleem is uiteraard dat milieubelastingen bijzonder asociaal kunnen zijn. Sommige mensen zullen al die duurdere producten eenvoudigweg niet meer kunnen kopen.
We moeten dus naar een radicale omslag. De overheid mag de beslissingsmacht niet zomaar uitsluitend op de markt leggen. Haast iedereen lijkt er tegenwoordig vanuit te gaan dat de markt alle antwoorden heeft. Dat je de markt maar moet laten spelen. Alsof de economie iets is dat ons overkomt. Dat is natuurlijk niet zo. Voor een economie kies je, en als overheid moet je ook andere mechanismen dan alleen maar de prijs laten spelen. Een beetje sensibilisering is bijlange niet voldoende. Zo heeft de Vlaamse minister van Leefmilieu Kris Peeters een glanzende brochure laten maken met als titel: Het klimaat verandert, en u? Een zwaktebod, want hij schuift de verantwoordelijkheid af op de individuele burger, en dat kan niet voor mij. Als overheid heb je de verantwoordelijkheid om ecologische burgerrechten voor iedereen te garanderen.
De globale uitstoot moet tegen 2050 met 60 procent dalen. En dus moeten er dwingende afspraken worden gemaakt, op elk niveau. Op mondiaal niveau is het Kyotoprotocol een goed voorbeeld van zo’n afspraak. Maar het is niet meer dan een eerste, kleine stap. Als we een temperatuurstijging met meer dan twee graden willen voorkomen, moeten we veel verder gaan. Om zulke drastische afspraken wereldwijd te kunnen afdwingen, hebben we sterke instellingen nodig. Instellingen zoals het IMF en de Wereldbank, die in staat zijn om regels te doen respecteren.
De huidige maatregelen zijn veel te vrijblijvend. Ook op Europees, nationaal en lokaal niveau moeten we onze streefdoelen verankeren in wetten en decreten. Niet alleen minister Peeters schiet tekort. Ook Bruno Tobback, onze federale minister van Leefmilieu, haalt de Kyotodoelstellingen niet. Ja, de uitstoot stijgt minder snel dan de economische groei, maar dat was niet de afspraak. En toch komen onze minister daar gewoon mee weg. Alsof er niets aan de hand is. Dat kan niet langer. De burger moet de overheid ter verantwoording kunnen roepen. En de doelstelling waarop we de overheid moeten kunnen afrekenen, is wat mij betreft heel duidelijk: België moet in 2050 klimaatneutraal zijn. Zweden heeft zich voorgenomen om een low carbon economy te worden. Zelfs bedrijven als Volvo Trucks hebben de ambitie om over afzienbare tijd klimaatneutraal te gaan werken. Dat is de juiste weg.
Het begint al in onze eigen huiskamer. Ik heb onlangs een milieuaudit laten doen, en ik viel echt achterover. Met een paar heel eenvoudige ingrepen kan ik mijn energiefactuur met tien tot vijftien procent laten zakken. Kijk maar eens rond: elk huis staat vol met apparaten die in standby staan. Mijn dvdspeler heeft zelfs geen uitknop meer. Mijn magnetron verbruikt negentig procent van zijn energie voor het klokje. Dus trek ik voortaan de stekker uit. En zo zijn er nog voorbeelden. Maar waarom zou je als overheid wachten tot elke individuele burger zijn gedrag heeft aangepast? Energie besparen is niet uitsluitend de verantwoordelijkheid van de burger. Minister Tobback zou, via de wet op de productnormen, kunnen doen wat gouverneur Arnold Schwarzenegger gedaan heeft in Californië: geen producten meer op onze markt toelaten die in standby meer dan één watt verbruiken. Zo simpel is dat.
Een ecologisch verhaal is per definitie een sociaal verhaal. De armsten zijn overal ter wereld de grootste slachtoffers van onze ecologische gulzigheid. En vergeet ook niet dat de armste mensen in de slechtste huizen wonen. Als je weet dat één op de drie huizen in België niet voldoende geïsoleerd is, dan weet je dat veel mensen hun toch al zo schaarse middelen elke maand door ramen en deuren naar buiten zien vliegen. Als we de komende tien jaar 400.000 woningen renoveren, dan lossen we in één klap een stukje van de armoede op. Dat is ook goed voor de bouw, en als het goed gaat met de bouw, gaat het goed met de economie.
Het energienetwerk van de toekomst lijkt op internet. Vandaag wordt onze elektriciteit centraal geproduceerd, het netwerk van de toekomst zal decentraal zijn: veel consumenten zullen tegelijk ook producenten zijn. Met kleinere centrales per dorp of per stad, zelfs windturbines per wijk. Er bestaan al turbines voor één huis. Alleen laat de Vlaamse ruimtelijke ordening dat nog niet toe. Kernenergie is geen optie. Ook niet als wondermiddel om onze CO2-uitstoot te beperken. En ook niet met de reactoren van de vierde generatie, waar Verhofstadt nu voor pleit. We mogen dat afvalprobleem niet doorschuiven naar de volgende generaties. Dat is onethisch. Uranium groeit trouwens niet aan de bomen, en zal over enkele decennia uitgeput zijn.
De mens is meer dan een consument. Volgens de liberalen moeten wij als consument de bedrijven dwingen tot ethisch produceren. Ook andere partijen lijken in die logica mee te gaan. Een ecologist vindt dat onvoldoende. De overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen. En we mogen ons lot niet in handen van een paar grote bedrijven leggen. Het kan niet dat een raad van bestuur ergens in Parijs beslist over onze energie. De overheid moet het energiebeleid weer in handen nemen. Ook op Europees niveau. Het is toch te gek voor woorden dat Europa zich bezighoudt met geluidsnormen voor grasmaaiers, en geen centraal energiebeleid heeft.
Ja, alle partijen zijn aan het vergroenen. Maar het blijft bij marketing, bij wat cosmetica op de groene flank. De andere partijen zullen nooit een echt ecologisch gedachtengoed uitdragen, om de eenvoudige reden dat ze systeemconform zijn. Ze omarmen in alle opzichten de vrije markt. Ze stellen onze manier van produceren en consumeren niet fundamenteel in vraag. Wij wel. Om een ecologische visie uit te dragen, heb je de slagkracht van een groene partij nodig.’

1 reactie(s):
Mooi manifest, Els. Door de examens ben ik even niet bezig met JG!, maar binnenkort wel weer hoor! Groetjes, Yann
:: zelf reageren ::