27 december 2007

Eindejaarslijstje: boeken (fictie)

"'Daar!' zeg ik. We hebben zojuist gesurft, Carlo en ik. Gesurft, zoals twintig jaar geleden. We hebben de planken geleend van twee jonge knullen en we hebben ons gestort in de hoge, lange, zeer ongewone golven van de Tyrheense Zee die ons hele leven heeft omspoeld. Carlo agressiever en roekelozer, luid krijsend, getatoeëerd, niet meer van deze tijd, met zijn lange haar in de wind en zijn oorringetje dat glinsterde in de zon; ik voorzichtiger en stijlvoller, meer nauwgezet en beheerst, minder opvallend, als altijd."

"Ze waren jong, welopgevoed en allebei nog maagd op deze avond voor hun huwelijksnacht, en ze leefden in een tijd dat een gesprek over seksuele problemen ronduit onmogelijk was."

Ergens, in de vele verhalenbanken die her en der zijn aangelegd om te kunnen putten wanneer de wereld een vertelling nodig heeft, moet de fabel zijn terug te vinden die ons zegt dat men bij zijn aankomst in het rijk der doden een kenmerk moet melden, slechts één, dat hele voorbije leven typeerde.

"Madonna, Thelonious, Napoleon, Justine, Cleopatra, Vincent, T.S. Eliot, Lolita, Sokrates, Zelda, Beethoven, Fellini, Venus, Malaparte, Kousbroek, Izebel, Adinda,... Zomaar namen van katten die ik ontmoette in de tuinen van het woonblok waarin ook het huis staat dat ik met Bril en Rok bewoon. Stuk voor stuk namen die er wezen mogen, met zorg en liefde uitgezocht door de bij die katten horende tweebenigen."

"Hoewel het gebeurde toen hij bewusteloos was, telt het toch. Het telt dubbel omdat je je bij bewustzijn vaak vergist, op de verkeerde persoon valt. Maar daar beneden in de put, waar geen licht is en alleen maar duizend jaar oud water, is er geen reden voor een man om zich te vergissen. God zegt doe het en je doet het. Hou van haar en het is zo."

"De volgende dag ging er niemand dood. Dit gegeven, dat zo absoluut in strijd was met de wetten van het leven, bracht een enorme geestelijke verwarring teweeg, wat in alle opzichten gerechtvaardigd is, we hoeven maar te bedenken dat er in veertig delen wereldgeschiedenis nergens sprake van is, nog niet één enkel keertje, dat iets dergelijks zich ooit zou hebben voorgedaan, dat er een hele dag voorbijging, met al zijn vierentwintig uren, die overdag en 's nachts, 's morgens vroeg en 's avonds laat, zonder dat er iemand stierf, aan een ziekte, door een dodelijke val, bij een geslaagde zelfmoord, wat dan ook."

"'Don't you like me, sir?' Ze trekt aan haar shirtje om de wond op haar arm te verbergen en houdt haar hoofd schuin. De enorme staat op en bekijkt haar, bijna verrast. 'Hi Joe! Don't you like me?' Het is een grote groep, vijf blanke mannen en een Filippijnse vrouw. Ze is dik en wendt haar hoofd af, ze wil het niet zien en niet weten."

Labels: , , ,

0 reactie(s):

:: zelf reageren ::

:: start ::

trackback

Een koppeling maken