24 augustus 2009

Red de wereld, plant een boom

Nairobi, 24/aug/2009

De globale voedselproductie zal de komende 40 j moeten verdubbelen, willen we 9 miljard mensen voeden, horen we hier. Tegelijk dreigen ecosystemen in elkaar te klappen, en nog nooit waren er zoveel broeikasgassen in onze atmosfeer. De standaardoplossingen tegen klimaatverandering, armoede, verlies aan biodiversiteit voldoen duidelijk niet. In de tientallen presentaties van de verschillende wetenschappelijke onderzoeken wereldwijd, komt duidelijk dezelfde boodschap naar voren: agroforestry kan een oplossing bieden.

Deze bevindingen spreken de gangbare stelling tegen dat boeren en milieu niet samen gaan. Vaak krijg ik de opmerking dat agroforestry niet zaligmakend is. Er wordt dan verwezen naar onder meer de veeteelt in Brazilië. Een recent rapport van Greenpeace stelde dat heel delen van het Amazone gebied worden opgeofferd voor de veeteelt. Het zijn uiteraard niet dergelijke onduurzame praktijken die hier worden bedoeld.

Niet alleen ICRAF, maar ook UNEP, het UN milieuagentschap, promoten een globale aanpak van agroforestry. Als het klimaatprobleem voor een groot stuk in de landbouwsector ligt, moeten we er ook de oplossingen zoeken. Daarom spreekt niet zomaar spreekt de voorzitter van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) dr. Rajendra K. Pachauri, dit congres toe.
Hoewel de berekeningsmethoden om te bepalen hoeveel koolstof boeren exact uit de atmosfeer halen, nog niet op punt staan, blijkt uit vele onderzoeksprojecten dat multifunctionele duurzame landbouw een goedkoop en efficiënt middel kan zijn. Een UNEP rapport stelt dat de landbouwsector op die manier tegen 2030 klimaatneutraal kan worden gemaakt tegen 2030 terwijl voldoende voedsel wordt geproduceerd voor 9 miljard mensen tegen 2050. Het IPCC schat minstens een miljard hectare landbouwgrond in ontwikkelingslanden geschikt is om er agroforestryprojecten te realiseren.

Wanneer boeren bomen planten, dan is dat om verschillende redenen. Soms worden ze geplant voor hun vruchten. Soms dienen ze als brandstof. Soms beschermen ze andere teelten tegen de wind of tegen erosie. Anderen bakenen goed de kavels af. Vaak gaat het om schaduwbomen.
Maar in elk geval zorgen miljoenen bomen er voor dat CO2 in de bodem blijft en zijn ze de habitat voor veel diersoorten. Ze zorgen voor een beter luchtkwaliteit. Door de juiste inheemse bomen te planten, wordt de bodem vruchtbaarder, en meerdere teelten op één kavel betekenen ook extra inkomsten.
Kiezen voor duurzame landbouwtechnieken heeft bovendien nog andere voordelen: het maakt landbouwgemeenschappen sterker, de economie van een land wordt gezonder, de biodiversiteit wordt behouden. Een rapport van ICRAF, het World Agroforestry Centre, toont dat wanneer boeren bomen planten, ontbossing wordt tegengegaan en dat kleine producten er economisch voordeel kunnen uithalen.

Tony Simons, deputy directeur-generaal van ICRAF stelt: "If planted systematically on farms, trees could improve the resiliency of farmers by providing them with food and income. When crops and livestock fail, trees often withstand drought conditions and allow people to hold over until the next season." "The future of trees is on farms," besluit dan ook Dennis Garrity, directeur-generaal van ICRAF. "Growing the right tree in the right place on farms in sub-Saharan Africa has the potential to slow climate change, feed more people, and protect the environment."

Red de wereld, plant een boom: het klinkt vertrouwd.

Labels: , , ,

0 reactie(s):

:: zelf reageren ::

23 augustus 2009

Over een te groot libido in een te heet busje

Nairobi, 23/aug/2009

De shuttlebusjes komen ons elke dag vrij vroeg oppikken waardoor we ruim op tijd, eigenlijk veel te vroeg, aankomen op de Conferentie. De terugkeer wordt ook vaak laat gepland. Deze dag snappen we waarom: piekuur betekent file, en files in Nairobi zijn verschrikkelijk.

Deze dag is het zover en belanden we in het veel te drukke wegverkeer. Een bus met pech verspert onze route, en onze chauffeur moet rechtsomkeer maken. Even verderop, aan het rondpunt, zit het verkeer gewoon strop. We kunnen geen meter meer vooruit. Maar dat houdt geen enkele chauffeur tegen om te proberen zijn vehikel tussen twee andere te loodsen. Wordt daarbij een andere auto of bus geraakt, het zal iedereen worst wezen. Ondertussen banen voetgangers zich een weg tussen de nerveus bestuurde auto's. Concepten als 'verkeersstroken', 'zachte weggebruiker' en 'voorrang van rechts' zijn onbestaande. Wie zien vol verbazing hoe het busje naast het onze een andere auto gewoon ramt om vooruit te kunnen komen. In ons busje is het snikheet, maar wanneer de raampjes worden opengedraaid, komt een walm uitlaatgassen ons tegemoet.

Terwijl we de verkeerschaos trachten te overzien, krijgt de situatie een absurd tintje wanneer we de conversatie van drie Afrikaanse congresgangers in onze bus willens nillens moeten aanhoren. Ze praten over hun enorme zin in seks en hoe ze die behoefte invullen. Dat hun libido zo hoog is dat één vrouw onvoldoende is. Hoe ze vrouwen aanpakken. Enzovoort enzoverder, met alle sappige details, te explicitiet om het letterlijk te herhalen. Ze praten Frans en vermoeden waarschijnlijk dat we die taal niet machtig zijn. Na een dik uur vinden we het welletjes. We willen dit eigenlijk niet horen na een lange dag met presentaties over bossen, landbouw, armoedeverlichting en klimaatsverandering. Zo praat je misschien wel met vrienden op café of in de kantine, maar op een UN-busje vol congresgangers, is het gewoonweg genant. "Messieurs" zeg ik vriendelijk in mijn beste Frans, "je comprends assez bien le français". "Ca vous gène?" klinkt het verbaasd. Wanneer ik knik probeert iemand met "On parle de la jeunesse" het gesprek te vergoelijken. Maar ze schakelen toch over op een ander onderwerp.

Sappige verhalen over een onbedwingbaar libido in een bloedheet busje midden in de chaotische avondspits van Nairobi: ze zullen niet in mijn rapport belanden, maar ik ga deze conferentie zeker niet vlug vergeten.

Labels: , ,

0 reactie(s):

:: zelf reageren ::

22 augustus 2009

Thinking small to think big

Nairobi, 22/aug/2009

Op dit 2de World Agroforestry Congres worden we ondergedompeld in de wondere wereld van 'agroforestry'. We ontmoeten agronomen en bosbouwers. We praten met onderzoekers die jaren research verrichten op één enkel plantje. Wanneer dan blijkt dat we van dat plantje nog nooit hebben gehoord, levert dat verbaasde blikken op. Maar vooral zullen we de komende dagen de wetenschappelijke onderzoeksresultaten zien van agroforestryprojecten over de hele wereld, en hoe deze voor kleine boeren extra inkomsten kunnen genereren.

Agroforestry is een voor velen onbekende en wat moeilijke term voor een zeer eenvoudige landbouwpraktijk: bosbouw en landbouw worden geïntegreerd. Een goed woord is 'multifunctionele landbouw'. Vaak worden verschillende teelten op dezelfde landbouwkavel gecombineerd ('multicropping'). Of men plant voldoende bomen op het landbouwperceel. Planten hebben namelijk water en licht nodig, maar teveel zon is vaak nefast. Schaduwbomen zijn dan oplossing, en als men kiest voor een goede combinatie van inheemse schaduwbomen en fruitbomen, dan zorgt dat voor extra inkomsten omdat het fruit kan worden verkocht. Verder zorgen goed gekozen schaduwbomen voor een gezonde bodem, en houden ze het water vast. Soms lijken de agroforestry-kavels heuse bossen waarin koffie, groenten, kruiden en fruit worden geteeld, zoals we hebben gezien op Mount Kilimanjaro bij de Chagga.

Veel verschillende teelten op een kavel -diversificatie- is niet alleen ecologisch slim, maar ook economisch een goed idee. Boeren zijnd niet langer afhangen van slechts één teelt voor hun inkomsten. Bij misoogst of een scherpe prijsdaling van de ene teelt, kan men dan nog terugvallen op een andere oogst. Agroforestry is ook belangrijk voor het behoud van de biodiversiteit - en breder het behoud van het natuurlijk kapitaal, waar uiteindelijk alle economieën toch van afhangen. Monocultuur, blijkt nu, is een slechte keuze: grote plantages met slechts één teelt hebben veel pesticiden nodig. Agroforestry is ook een goede techniek om ontbossing en landdegradatie tegen te gaan. Maar vooral kan agroforestry een effectief en goedkoop instrument zijn tegen klimaatverandering.

Maar nog niet iedereen is overtuigd van de noodzaak en de voordelen van agroforestry. Hier op de Conferentie uiteraard wel, maar de wetenschappers zijn er te weinig in geslaagd om hun bevindingen te communiceren naar de politiek en het publiek. Achim Steiner, ondervoorzitter van UNEP, roept in zijn openingsspeech op om onder meer daarom niet te eng gefocust zijn op maatschappelijke of milieudoelen. Hij wil af van het hokjesdenken dat bij velen terug te vinden is. De grootste problemen van vandaag (klimaatsverandering, ontbossing, verwoestijning, waterstress, armoede) zijn met elkaar gelinkt. Zowel degenen die geloven in 'silver bullets' (één simpele oplossing om alle problemen op te lossen) zoals nucleaire energie of ggo's, maar ook degenen die wetenschap en technologie wantrouwen, zorgen enkel voor polariserende debatten. "Sometimes you have to think small to think big." zegt hij, en: "We must take the best of the indigenous, traditional and farmers knowledge, forged over centuries of trial and error, and submit it to empirical, scientific and rigorous evaluation."

De mensen in de straat met wie wij hebben gepraat, erkennen wel het belang van het behoud van bossen en duurzame landbouwtechnieken. Zij voelen dan ook nu de klimaatverandering hard. In Tanzania hoorden we het al van onze gesprekspartners: de ontbossing en de klimaatsverandering veroorzaken droogte en zorgen zo voor mislukte oogsten. Hier in Kenia heeft het sensibiliseringswerk van Wangari Maathai bijgedragen tot dit algemene besef. Met haar Green Belt Movement motiveert de Nobelprijswinnares al sinds drie decennia burgers om inheemse bomen te planten op landbouwgronden van kleine boeren.

Deze straffe madam, een terechte Nobelprijswinnares, verzorgt ook een van de openingsspeeches. Ze benadrukt niet alleen het belang van agroforestry en het opbouwen van kennis, ze weet als geen ander dat de politiek dit moet oppikken. "Environmental challenges facing us requires understanding, decisions and practises that will prevent disasters such as we are experiencing here in Kenya. Science can help, but only leaders can make the decisions that citizens should follow." Ze benadrukt ook de dringendheid van de verschillende problemen. Maar vooral legt ze het verband tussen ecologie en economie: "Without the political will and commitment, not only are we endangering our water systems, biodiversity, tourism and agriculture but also, in not such a distant future, pyrethrum, wheat, tea and coffee will also be crops of the past!"

Een gezonde economie is inderdaad onmogelijk wanneer we het natuurlijk kapitaal vernietigen. Hiermee is de toon van de conferentie is gezet. We zijn benieuwd naar wat de onderzoekers de komende dagen zullen brengen.

Labels: , ,

0 reactie(s):

:: zelf reageren ::

Nairobi: Welcome to hell

Nairobi, 22/aug/2009

Werden we in Moshi wakker gehouden door het lawaai van vrolijke hotelgasten in de bar vlakbij onze kamers, dan worden we in Nairobi op een ontieglijk vroeg uur gewekt door de muziek & gezangen die weerklinken uit de moskee. Die ligt aan de overkant van de straat. Dit wordt het stramien voor de rest van de week.

Religie speelt hier een zeer belangrijke rol in het leven van mensen. Zagen we in Moshi een moskee, verschillende kerkjes van verschillende gezindtes (van katholiek over luthers tot anglicaans) en op Mount Kilimanjaro zelfs een reusachtige kerk, eigenlijk een halve kathedraal, in Nairobi is de religieuze lappendeken nog kleuriger. Ook hier telt de stad ontzettend veel moskeeën en kerken, terwijl op weg naar de UN-gebouwen waar de conferentie plaatsvindt, we dagelijks een heuse hindutempel voorbijrijden.

Er zijn zo'n 15.000 religies in Kenia, leren we van Olivier Deleuze, met wie we later op de dag een afspraak hebben gemaakt. De voormalige Belgische staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling woont en werkt al een aantal jaar in Nairobi voor UNEP, het UN Environmental Programme, en zal ons in contact brengen met interessante organisaties die werken rond duurzaamheid en energie.

Uiteraard brachten de kolonisten hun godsdiensten mee. Maar in een stad als Nairobi waarvan 2 miljoen mensen van de 3 miljoen in de sloppenwijken moeten overleven, die geen job en dus geen vaste inkomsten hebben, het dagelijkse huishouden niet kunnen beredderen wegens geen elektriciteit en stromend water, kortom, die in absolute miserie leven, is religie vaak het enige houvast.

De feiten over armoede zijn onthutstend. Door de ontbossing en de klimaatsverandering volgen de watertekorten elkaar vlug op. Nu stroomt er zelfs in residentiële wijken van Nairobi geen water meer uit de kraan, en wie geen vergaarsysteem heeft, is afhankelijk van de watertankwagen die de wijk één keer per week aandoet, aldus Stephen Karekezi van AFREPREN, een netwerkorganisatie van zo'n 300 onderzoekers die energiestudies verrichten en duurzame energieprojecten uitvoeren.

De waterschaarste betekent hier ook een tekort aan elektriciteit. Kenia wekt immers het grootste gedeelte van zijn stroom op met waterkrachtcentrales. Geen water is dus geen stroom. Wij voelen daar weinig van, omdat de UN-gebouwen uiteraard wel elektriciteit hebben, net als de stadscentra waar veel hotels (en dus toeristen) te vinden zijn. Op het platteland is het nog erger: daar heerst honger en leven de mensen van dag tot dag. Overleven is een beter woord. Een Vlaming die voor een privébedrijf werkt dat in Kenia hardhoutplantages aanplant (hout waarvan wordt verwacht dat de prijs binnen enkele jaren enorm zal stijgen) vertelt dat de werknemers op een gegeven ogenblik een dag te laat werden uitbetaald. Dat was een puur drama voor deze Kenianen, die elke cent broodnodig hebben.

Wannneer men hier hoort dat van het gemiddeld Vlaamse huishoudbudget zo'n 12% naar voedsel gaat, kan men het nauwelijks geloven. Afrikanen moeten 80 à 90% van hun inkomen besteden aan voedsel. Stijgende voedselprijzen zijn hier dus gewoonweg een ramp, zeker omdat er geen enkel sociaal vangnet is voorzien. Voor wie weet dat de voedselcrisis deels werd veroorzaakt door de grotere vraag naar biobrandstoffen door het Westen en door speculatie, en wie inziet dat de klimaatsverandering historisch werd veroorzaakt door de Westerse economieën, is onrechtvaardighed is des te schrijnender.

"Welcome to hell", vat Olivier dan ook de situatie treffend samen.

Labels: , ,

0 reactie(s):

:: zelf reageren ::

21 augustus 2009

Sokolahaki

Moshi, 21/aug/2009

"Sokolahaki heeft kwaliteitskoffie nodig" horen we van KNCU. Sokolahaki is Swahili voor Fair Trade. De man beseft dat de Westerse consument in de eerste plaats lekkere koffie wil. En hoewel deze coöperatie weliswaar niet de hele productie onder fairtradevoorwaarden vermarkt (19% van de koffieproductie van de boeren aangesloten bij coöperatieve KNCU wordt via Fair Trade verkocht), is het systeem voor hen van levensbelang. Het is immers dankzij de fairtradeprijs, de premium en vooral de voorfinanciering dat ze kunnen investeren in de bedrijfsvoering en in de gemeenschap.

We horen hetzelfde bij John Kagaile van KCU: dankzij Fair Trade kunnen ze andere markten zoals die van de biologische koffie penetreren. De milieustandaarden van biokoffie vergen een lange transitieperiode waarin wel kosten worden gemaakt die echter niet meteen kunnen worden gedekt door een hogere prijs. De Tanzaniaanse overheid voorziet jammer genoeg geen ondersteuning voor die boeren die willen overschakelen. Maar dankzij Fair Trade kunnen ze de overstap naar biologische productie wel maken.

De sociale fairtradepremium is op andere vlakken van groot belang. KNCU heeft de premium onder meer gebruikt om 25 'field officers' aan te stellen. 274 kinderen genieten via een beurs van hoger onderwijs. En verder baat KCNU een boomkwekerij uit. Jammer genoeg (nog) niet een nursery die een grote variëteit van inheemse bomen opkweekt zoals we die eerder hebben bezocht, wel een die koffiestruiken opkweekt en aan een zeer gunstige prijs verkoopt aan de boeren. Ook dat is van groot belang, gezien het drie jaar duurt eer een zaailing is uitgegroeid tot een koffiestruik die bessen oplevert, en veel boeren dergelijke investering gewoon niet aankunnen.

KNCU beseft dat eco-labels nieuwe markten kunnen openen. Maar de vele labels die sinds kort zijn ontstaan, zorgen wel voor kopbrekens voor de coöperaties. Elk label hanteert andere standaarden en komt ter plekke controleren. "Een inspecteur die alle labelstandaarden zou komen controleren, zou voor ons een pak handiger zijn", stelt KNCU. Ik vrees echter dat dit idee moeilijk in de praktijk kan worden omgezet. Wel bekijkt men momenteel of en hoe het biologische label en het FLO-Fairtradelabel (in België kennen we dit onder de naam 'Max Havelaar') meer naar elkaar kunnen toegroeien.

De boeren die FLO-gecertificeerd zijn worden via hun coöperaties in elk geval gesteund door AFN - het African Fairtrade Network. Zij
stimuleren zoveel mogelijk boeren om het FLO-certificaat te halen en ook te behouden eens gecertificeerd. Van Ruth Simba, een schitterende naam voor een straffe madam (Simba is Swahili voor leeuw), leren we dat er grote verschillen zijn tussen Afrikaanse regio's. Zo telt men in Zuidelijk Afrika veel plantages. Via Fair Trade is er de zekerheid dat de arbeiders onder goede omstandigheden tewerkgesteld worden. De andere regio's worden gekenmerkt door de vele kleine boeren - smallholder producers.

Het AFN heeft met Ruth als nieuwe coördinator stappen vooruit gezet, vooral op vlak van lobby. Zo heeft AFN een overeenkomst met de Moshi Cooperatives en Business University om Fair Trade op te nemen in het curriculum. Zo ver staan we nog niet eens in België! Enkele undergraduate studenten doen onderzoek naar de impact van Fair Trade. Met Co-op Africa, een onderdeel van de ILO (de Internationale Arbeidsorganisatie) hebben ze de deal dat deze organisatie in elke vergadering Fair Trade promoot.

AFN heeft ook al stappen gezet in lokale vermarkting van Fair Trade. Nu hangen de producenten teveel af van de Westerse marktvraag. Er wordt wel nog gezocht naar producten voor de Afrikaanse markt. Het fairtrade-aanbod is teveel gericht op de Westerse consument; zelfs in koffieproducerende landen blijkt de vraag naar koffie niet zo hoog. Maïsmeel daarentegen is wel gegeerd. We horen van Ruth dat onder alvast Pretoria en Accra zich hebben ingeschreven in de Fair Trade Towns Campaign. Dit wordt vast de start van meer Zuid-Zuidhandel.

Labels: , , , ,

0 reactie(s):

:: zelf reageren ::

Safari

Moshi, 21/aug/2009

Vooraleer we deelnemen aan het 2de World Agroforestry Congres in Nairobi, Kenia, ondernemen we enkele safari's. Geen toeristische uitstapjes per jeep naar een wildpark om giraffen en leeuwen te bekijken. We willen praten met boerenfamilies over hun werk en leven, en we willen meer inzicht krijgen in hoe koffie wordt geteeld en verwerkt. Onze gidsende chauffeur begrijpt goed wat we willen zien: het verschil tussen een grote koffieplantage (dus monocultuur) en de schaduwteelt door de kleine koffieboeren (dus meer biodiversiteit), de boomkap op Mount Kilimanjaro en de gevolgen van de droogte op de landbouw.

De safari start met een bezoek aan een inheemse boomkwekerij. Het is geen privé-initiatief maar een gemeenschapsproject. De 'tree nursery' is ook een waterconserveringsproject en een papiermakerij. Het papier wordt van bananbladeren gemaakt en enkele artiesten maken er kunstwerkjes van die aan toeristen worden verkocht.

De boomkweek is een openbaring. De 15 werknemers telen er zo'n 70 inheemse bomen die worden verkocht, maar ook worden verdeeld onder de boeren afkomstig van de dorpen die aan de basis lagen van de oprichting van boomkwekerij. Samweli Mochiwa, de manager, leert ons dat albizia niet alleen een goede schaduwboom is voor de koffiestruik maar dat de afgevallen blaadjes de perfecte bemesting zijn, dat ficus het water goed vasthoudt, en dat de blaadjes van de baobab veel vitaminen bevat. Wat verderop merken we bijenkasten op. Ik ben meteen op mijn hoede, want bij een bezoek aan een Palestijns bijenteeltproject begin dit jaar resulteerde in een pijnlijke bijensteek op enkele millimeters van mijn oog. Het gevaar vandaag beperkt zich tot een groot en gevaarlijk uitziend insect dat het op mijn knalroze rugzakje heeft gemunt. De vele vlinders zijn fijner om naar te kijken.

De tree nursery omvat ook een waterconserveringsproject. Even verderop krijgen we inderdaad het watervergaarbekken te zien. 's Zomers smelt er sneeuw op de top van de Kilimanjaro, en dat voorziet de berghelling -en normaal gezien de lager gelegen regio- van water. Het water van dit vergaarbekken wordt via een 105 km lang buizensysteem tot bij zo'n 40.00 boeren in 12 dorpen vervoerd, voor huishoudelijk gebruik. De plas water lijkt ons toch erg weinig om zoveel mensen van water te voorzien. Normaal gezien bevat het bekken meer water, maar door de klimaatsverandering ligt er steeds minder sneeuw op de bergtop, en minder sneeuw betekent dus minder water.

De trip gaat verder met een rit door een koffieplantage. Een reusachtige plantage, zien we al gauw. De koffiestruiken op de hellingen lijken van ver een beetje op Franse wijngaarden. Werknemers worden tot hier gebracht voor de koffiebessenpluk. Op slechts enkele plekken zien we schaduwbomen staan. Dit is duidelijk niet het voorbeeld van boskoffie dat we voor ogen hadden - integendeel. De chauffeur legt uit dat de gele vlag die we af en toe opmerken, een teken is dat die koffiestruiken ziek zijn. Hij legt ook dat er wordt gesproeid. Tot onze verbijstering lopen hier mensen op slippers tussen de gespoten struiken. Nog erger, sommigen wonen vlakbij delen van de plantage, zonder enige bufferzone.

De trip gaat nu hoger, naar enkele villages waar boeren wonen en werken. Het verschil met de plantage kon niet groter zijn, en al gauw beseffen we dat 'kleine koffieboer' en 'familiale landbouw' letterlijk te nemen zijn: de lapjes grond zijn maar een halve acre groot, tussen de bananenbomen en groenten zien we kriskras koffiestruiken staan, en het hele gezin helpt mee met de werkzaamheden. Eerder liepen we een marktje in Moshi waar we wat verbaasd waren over het zeer gediversifieerde aanbod aan groenten en fruit: tomaten, uien, mango's, papaya, wortelen, casava's, meloenen, en heel wat andere soorten die ik niet (her)ken. Ik leer nu dat dit fruit en de groenten door de vrouwen wordt geteeld. Wat niet voor eigen gebruik is, wordt vermarkt. Ze brengen de oogst zo'n 20 km te voet naar de stad gebracht waar ze die tot 's avonds trachten te verkopen op de markt. Ik kan maar moeilijk mijn ogen geloven als ik de vrouwen zware vrachten gewoon op hun hoofd dragen. Het begint me ook te dagen dat het cliché dat vrouwen hier instaan voor het zwaarste en meeste werk, klopt.

Ondanks het aanbod op de markt, beseffen nu we maar al te goed dat de deze mensen dag in dat uit bezig met het bijeenschrapen van schamele inkomsten. De stukjes land lijken te klein om te kunnen spreken van een zeer productieve koffieteelt. Het erfrecht is de oorzaak: de in oorsprong grote stukken land worden verdeeld onder de kinderen. Die bouwen daar meteen een huis op, en iedereen kan naar goeddunken boeren zoals hij of zij het verkiest. De lapjes grond zijn echter ondertussen zo klein, dat de opbrengst navenant is, en onmogelijk voor voldoende inkomen kan zorgen. En door de dalende koffieprijzen en het vele werk dat de koffieteelt vergt (het duurt drie jaar van zaailing tot koffieplant met bessen) durven sommige boeren hun koffieplanten verwaarlozen, of schakelen ze over op 'gemakkelijker' teelten zoals mais. Sommige lapjes grond zijn zelfs volledig kaalgekapt en omgeturnd tot maisveldjes.

De chauffeur brengt ons verder de berg op. Het laatste stuk doen we te voet. Het is een steile klim. Onderweg komen we heel wat Kilimanjaro-bewoners tegen. Telkens krijgen we een vriendelijk 'karibu' gewenst. Aan de ingang van het nationaal natuurpark krijg ik iets vreemd te zien: een groot bord adverteert dat je hier ook met Visa kan betalen. Voor mij is het zo hoog op de Mount absurd, maar het blijkt te gaan om de faciliteiten voor de mensen die de berg hebben beklommen. Toiletten, rustbanken, drinkwater: alles is voorzien voor de toeristen die er een klimtocht van 7 dagen hebben opzitten. Enkele mannen brengen rugzakken in gereedheid. Toerisme is duidelijk een belangrijke economische pijler.

Op de terugweg wijst onze gids ons op een rivierbedding. Normaal gezien staat het water aan de rivier veel hoger, maar ook dat lijkt steeds meer tot het verleden te behoren. De landbouw lijdt er nu al onder, en ik vraag me af of toerisme ook zal afkalven als de eens eeuwige sneeuw op Mount Kilimanjaro enkel nog op foto's zal te zien zijn. Onze safari sterkt ons wel in de overtuiging dat we moeten blijven lobbyen voor extra middelen om die boeren te belonen die blijven kiezen voor milieuvriendelijke schaduwteelt. Benieuwd of de Conferentie ons nog meer argumenten zal aanreiken.

Labels: , , , ,

0 reactie(s):

:: zelf reageren ::

Kookpotten en blote schouders

Moshi, 21/aug/2009

Wanneer er onaangekondigd een ontmoeting met de Raad van Bestuur op de agenda staat, word ik even apart genomen. Of ik mijn schouders wil bedekken, en eigenlijk ook mijn decolleté, want oude mannen zijn zoiets niet gewend. Even vloek ik op mijn collega's, die mijn vraag over welke kledij ik moest meenemen wat meewarig beantwoordden; mijn alledaagse outfit zou ruimschoots voldoen. Maar ik vind het voorval in de eerste plaats erg grappig. Gelukkkig heb ik een shirt met lange mouwen mee.

Fair trade zorgt voor meer evenwicht tussen mannen en vrouwen, maar er is toch nog veel werk aan de winkel. We merkten immers ook al in onze contacten dat men niet gewend is met vrouwen te praten, te onderhandelen. Soms schrikt men gewoon als het bezoek van Oxfam Wereldwinkels twee vrouwen blijken te zijn die interesse hebben in de koffieteelt, de koffiefabriek, en hoe men het lobbywerk aanpakt. Tijdens ons bezoek aan boerenfamilies stelde onze gids van KNCU ook met de nodige ironie "dat na al die fairtradecriteria, de criteria van biologische landbouw men nu ook al het concept 'gender balance' wil introduceren."

Ons man/vrouwbeeld wordt gelukkig op tijd bijgespijkerd. "Je kan niet koken met minder dan drie stenen" leer ik hier. Vooraleer een meisje gaat trouwen, wordt ze door haar mama en tantes eerst apart genomen zodat ze haar kunnen uitleggen wat van je verwacht wordt als getrouwde vrouw. Maar ook hoe je met mannen moet omgaan. Traditioneel kookt men de maatlijden op een houtvuurtje, maar om de kookpotten in evenwicht te houden, heeft men drie stenen nodig om de kookpot voldoende ondersteuning te bieden. En volgens de vrouwenwijsheid hier zijn mannen zoals die kookstenen: je hebt er minstens drie nodig wil je het goed doen. We liggen plat van het lachen. We dachten immers dat het er hier net omgekeerd aan toe ging.

Sinds we merkten dat het meeste, zware werk op vrouwenschouders terecht komt, beseffen we wel dat veel oplossingen van vrouwen zullen komen. Dat zal worden bevestigd op de Conferentie, als Wangaari Maathai de openingsspeech zal verzorgen. In elk geval zorgt KNCU er ook voor dat efficiënter en moderner kookstoven worden verdeeld. "You need only half the amount of wood if you use a fuel saving stove compared to the traditional three stone stove" zegt de FAO, lees ik later ook in een brochure. Er is namelijk niet alleen veel boomkap om velden om te turnen in maisveld, of om een huis te bouwen. Veel van het hout is gewoon nodig voor dagelijks gebruik als koken.
Soms is zo een eenvoudige maatregel voldoende om verandering te brengen. Maar ik hoop wel dat de vrouwenwijsheid over de drie stenen niet zo vlug verdwijnt.

Labels: , , , ,

0 reactie(s):

:: zelf reageren ::

20 augustus 2009

Kahawa

Moshi, 20/aug/2009

Ik ben een echte koffieleut: ik word pas echt wakker na twee-drie koppen koffie en het eerste wat ik doe wanneer ik aankom op de werkplek, is me een grote mok koffie inschenken. De dag kom ik door met, jawel koffie, en niets is heerlijker dan hete koffie na het avondeten.

Koffie is ook een geliefde drank in Moshi, onze stad voor de komende vier werkdagen. Bij elke meeting krijgen we lekkere hete koffie ingeschonken. Tijdens een geanimeerd gesprek met John Kanjagaile krijg ik koffie met verse gember voorgeschoteld. Een overheerlijke combinatie, zo blijkt, en ik weet nu al dat ik terug in België die meteen ga uitproberen. John is voorzitter van het East African Fair Trade Network (EAFN) en export manager van de Kagera Coopartieve Union (KCU). KCU vermarkt biologische fairtradekoffie en is partner van Oxfam Wereldwinkels. We praten over de doelstellingen van EAFN en hoe ze proberen lobbywerk op poten te zetten.

Johns kantoor is gelegen in het Kahawa House, het koffiehuis. Het gebouw herbergt de Coffee Board van Tanzania en ook de in principe wekeljkse coffee auction vindt in het Kahawa House plaats. Jammer genoeg kunnen we geen veiling meemaken, want het is vakantieperiode. De eerstvolgende veiling vindt pas over twee weken plaats.

Wel op het programma staat een bezoek aan de Tanganyika Coffee Curing Corporation. We krijgen een deskundige rondleiding door Felix Ole Ndukai, algemeen directeur. De fabriek is gebouwd in 1920 en werd door Japan geschonken aan de Tanzaniaanse overheid. Vandaag is ze in handen van de Kilimanjaro Native Cooperative Union (KNCU). KNCU is eveneens een koffiepartner van Oxfam Wereldwinkels.

De fabriek kampt vandaag met enkele grote problemen: ze is veel te groot en draait dus niet efficiënt, en de machines zijn verouderd en alles behalve energie-efficiënt. De overcapaciteit is veroorzaakt omdat de fabriek is berekend op de totale koffieproductie van 50.000 ton - de productie van het hele land. Maar sinds de liberalisering in 1989, met het opblazen van de International Coffee Agreement, zijn nieuwe fabrieken opgericht.

Bovendien daalt de totale koffieproductie. Die daling heeft verschillende oorzaken: door de liberalisering jojo-en koffieprijzen op en neer, maar op langere termijn dalen ze. Vaak dekt de prijs de kosten van de boer niet, en dus schakelen die over op andere teelten, of ze verwaarlozen hun teelt. Dat heeft invloed op de kwaliteit, wat ook weer de prijs doet dalen. Recent komen daar de extremere weersomstandigheden bij, gevolg van onder meer klimaatsverandering.

Bij de verwerking worden de husks -de gele pellekes rond de boon- gescheiden van de koffieboon. Deze husks worden vandaag verkocht aan een suikerfabriek verderop, die ze verwerkt tot biomassa en zo elektriciteit opwekt. Volgens Felix kunnen ze zelfs surplusstroom aan het net leveren. Felix wil de husks zelf verwerken tot briketten, om zo zelf stroom te kunnen opwekken. Nu moet de fabriek stroom afnemen van de nationale grid. Bij voldoende productie zouden ze die willen leveren aan de families van de koffieboeren, voor huishoudelijk gebruik. Dat zou bij die families alvast kunnen leiden tot minder houtkap. Het is een idee dat op technische en commerciële haalbaarheid is onderzocht, maar na een mislukt experiment ligt het stil. We willen helpen zoeken naar onderzoekers die de studie kunnen actualiseren. De studie nemen we alvast mee naar Nairobi, waar we afspraken hebben met energie-experten. Misschien kent het idee dan wel een succesvol vervolg.

De rondleiding is fascinerend: het is een immens gebouw maar veel ruimte is dus onbenut. Een noodgenerator op diesel van 500 KVA staat klaar bij stroomuitval, terwijl de husks worden verkocht aan een suikerfabriek die zo biomassastroom levert aan het net. In de fabriek merken we plots een spoorlijn op. Vroeger werd de koffie getransporteerd per spoor. Maar de spoorwegen zijn niet langer in overheidshanden. Een Indiase firma deelt nu de lakens uit in een PPS-constructie met de overheid. Een en ander maakt blijkbaar dat het spoor niet efficiënt meer werkt. De laatste koffietrein reed uit in 1998. Een eigen wagenpark behoort wegens de kostprijs ook niet meer tot de mogelijkheden van coops zoals KNCU. Daarom wordt de koffie naar de haven vervoerd met gehuurde trucks. Jammer, want zo heeft men de duurzaamheid van het transport niet meer in de hand.

Na de rondleiding krijgen we nog elk een pakje mee. Terug in het hotel ontdekken we de inhoud. "TanCafe - Pure Tanzania Coffee" lees ik op het mooie blik met plaatjes van Mount Kilimanjaro, een giraf en een luipaard. Ik verheug me nu al op de komende weken in België: dat wordt 's morgens overheerlijk wakker worden met hete kahawa.

Labels: , , ,

0 reactie(s):

:: zelf reageren ::

19 augustus 2009

Karibu

Moshi, 19/aug/2009

"Prijs je gelukkig, je gaat de heetste dag van jaar missen" kreeg ik nog de avond voor mijn vertrek te horen. Ik grinnikte, want mijn dienstreis gaat naar Tanzania en Kenia, even voorbij de evenaar, en ik verwacht voldoende hete dagen.

Het was pikkedonker toen de taxichauffeur me op een veel te vroeg uur naar Zaventem bracht, en het is pikkedonker wanneer we arriveren op Kilimanjaro Airport. De dagen en nachten zijn in deze regio even lang, en dus is het naar mijn smaak nogal vroeg donker. Jammer, want een collega raadde aan om bij het landen zeker uit het raampje van het vliegtuig te kijken omdat je dan mooi zicht hebt op Mount Kilimanjaro. Die krijgen we dus op de eerste avond niet te zien.

We worden op het tarmac aangesproken door een kleine Tanzaniaan in smetteloos witte overall en met gigantisch mondmasker. We komen uit een regio waar het Mexicaanse griepvirus heerst (de 'swine flue', noemen ze het hier), en daarom moeten we een hele vragenlijst invullen. Of ik misselijk ben, hoofdpijn heb, me wat slapjes voel, keelpijn heb, af en toe moet hoesten. Het mannetje doet me denken aan de film ET. Die alien werd ook op zijn gezondheid getest door mannetjes in witte overalls.

We hebben beiden vlug onze koffers teruggevonden en gaan naar de welkomsthall. Daar krijg ik bijna de slappe lach: wanneer we de deuren openklappen, steken minstens 20 Tanzanianen tegelijk en aanstekelijk enthousiast, bijna in een perfecte choreografie, bordjes met namen in de lucht. We vinden de onze terug bij een vriendelijke man die ons naar het hotel in Moshi zal brengen. "Karibu" klinkt het warm - Welkom! En als we in de taxi zijn gestapt: "Komen jullie de berg beklimmen?" We gaan dit nog vaak te horen krijgen. Ik leg uit dat we deelnemen aan het Tweede Wereldcongres rond Agroforestry in Nairobi en dat we er meteen een bezoek aan producenten-partners van Oxfam-Werelwinkels en enkele fairtradenetwerken in Tanzania hebben geplakt.

Tot onze aangename verbazing pikt de chauffeur meteen in en zegt dat de klimaatverandering in de regio al goed voelbaar is: het is veel vaker droog en dat doet de opbrengsten van landbouw flink afnemen. "De regio rond Mount Kilimanjaro is ook enorm ontbost en ook dat zorgt voor milieuproblemen" legt de man uit.
Die ontbossing is een oud gegeven. Vlak na de onafhankelijkheid van het land in 1961, werd in de regio het land verdeeld. Bomen werden in brand gestoken, en tot waar de brand de bomen vernietigde, kregen boeren dat stuk land. Tot vandaag ontbreekt een overheidsbeleid dat ontbossing tegengaat. "Mensen moeten in principe wel een nieuwe boom planten wanneer ze een oude vernietigen, en als ze zich al aan deze regel houden, duurt het decennia eer die volgroeid is. Als ze al volgroeien, want door de droogte lukt dat niet altijd."

Net de samenhang van die problemen maakt dat we met Oxfam lobbyen voor een rechtvaardig klimaatakkoord. Bebossingsprojecten en projecten die ontbossing tegengaan, zouden in aanmerking moeten komen voor financiering, bv via klimaatfondsen of de opbrengsten van emissiehandel. We stimuleren met Oxfam onze producenten-partners om aan schaduwteelt te doen: koffie telen in een bos. Dat is goed voor de biodiversiteit, is milieuvriendelijk en gaat ontbossing tegen. Als zulke projecten dan ook nog eens met klimaatgeld zouden gefinancierd worden, dan worden dergelijke projecten op een structurele manier gestimuleerd. Voor de boer zorgt het voor een additioneel inkomen. En het Westen draagt eindelijk bij aan het herstellen van de aangerichte klimaatschade in het Zuiden.

Onze Tanzaniaanse chauffeur is overtuigd van de voordelen van bebossing. Nu de onderhandelaars in Kopenhagen nog.

In de hotelkamer is het zoals verwacht te warm maar ik wil de airco niet opzetten. De luidruchtige hotelbar grenst vlak aan onze. Toch is inslapen geen probleem.

Labels:

0 reactie(s):

:: zelf reageren ::