
Germanwatch en CAN maakten opnieuw hun klimaatrangschikking van de 57 grootste CO2-vervuilers. Uit deze '
climate change perfomance index' blijkt dat geen enkel land voldoende doet om de klimaatverandering te beperken tot 2 graden. De top-3 blijft leeg omdat geen enkel land over een regering beschikt dat echt werk wil maken van klimaatbeleid.
De index rangschikt 57 geïndustrialiseerde landen en groeilanden. Samen zijn ze goed voor meer dan 90% van de globale uitstoot van broeikasgassen. Men brengt niet alleen de emissies in rekening, men voert ook een audit uit van het klimaatbeleid van de landen. Hij wordt voor de 5de keer opgemaakt. Rode lantaarns zijn Canada en Saoudi-Arabië. "Beste" presteerder blijkt Brazilië.
België kruipt opnieuw 9 plaatsen naar omhoog en staat op plaats 16. Dit is niet meer een inhaalbeweging, want vorig jaar tuimelde ons land 10 plaatsen naar omlaag. Eindelijk beginnen we het potentieel aan zonne- en windstroom in ons land te benutten; de eerste windturbines ver in zee werden geplaatst en steeds meer daken krijgen zonnepannelen. Toch halen we nog steeds niet het beoogde aandeel van hernieuwbare energie in de energiemix van 13%.
Wat betreft klimaatbeleid tuimelen we naar een beschamende plaats 44. Het Belgische klimaatbeleid is namelijk allebehalve coherent en ons land laat zich zelden opvallen in internationale onderhandelingen. Daarmee nestelt ons land zich op hetzelfde niveau (of zelfs slechter) als de voormalige Oostbloklanden.
Bronnen: Bond Beter Leefmilieu, Germanwatch, CANLabels: beleid, België, klimaat
Tom Kestens, frontman van Lalalover, wil met ART FOR EARTH ecologie hoog op de Belgische politieke agenda zetten.
"Want jonge mensen hoef je niet te overtuigen van ecologie," zegt Tom. En ook omdat hij dagelijks
"een bange overheid" aan het werk ziet, is hij bezig met de voorbereiding van een evenement dat Belgische muzikanten, acteurs, schrijvers, stand-uppers,... bijeenbrengt, samen met vooraanstaande milieuwetenschappers rond
global warming.
"Het is een uitdaging waarvoor zelfs scenario's bestaan. Wetenschappers en economen van New York tot Tokyo hebben die allang in kaart gebracht. Het is dus gewoon een kwestie van politieke wil. Een kwestie van prioriteiten. Om het even cru te stellen: de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde versus het redden van planeet en economie. Een klein kind begrijpt dat dat niet echt een keuze is." zet Tom zijn beweegredenen uiteen in
een vrije tribune die vandaag in
De Morgen werd geplubliceerd.
"De planeet en onze portefeuille redden, daar gaat het in de eerste plaats over," schrijft Tom terecht. En:
"Politici mogen niet langer talmen en rond de pot draaien. Ze moeten nú vooruitgang boeken en wel op zeer korte termijn. Daartoe is een vrank debat nodig, dat sneller naar oplossingen zal leiden dan het voorzichtige gesprek. Daartoe is vooral een eerlijk discours nodig, en niet een Letermiaanse vaagheid die zo min mogelijk voor de borst stuit. Dat is oude politiek. Die luxe hebben we jammer genoeg niet meer."Labels: België, opwarming
Er is een sociaal akkoord bereikt tussen Opel en de vakbonden. De onslagpremie en de brugpensioenregeling oogstten meteen een storm van kritiek. "Immoreel," noemde Peter Leyman, ex-Volvo en nu CD&V-Kamerlid het bereikte akkoord. Het VBO was al even kritisch.
Mag het even? Heel wat Opelwerknemers kregen te horen dat ze waarschijnlijk hun job kwijt zijn. Niemand heeft daar gevraagd om ontslag, en die fameuze ontslagpremie van 144,000 euro is trouwens belastbaar. En zeggen dat zelfs minister Vanvelthoven het akkoord ook al niets vond. Die man is sp.a-minister...
Ik vind vooral die kritiek immoreel, en al zeker hypocriet. Dat Opel koudweg herstructureringen (lees: ontslagen) mag aankondigen, vinden patronaat en sommige politici blijkbaar doodnormaal. Over de torenhoge "gouden handdrukken" die managers krijgen wanneer zij hun mandaat verliezen mag niets worden gezegd, of men krijgt de wind van voor. En wie zelfs nog maar durft te pleiten voor een vermogensbelasting of zelfs een matige 'graaitaks' wordt vlotjes beschuldigd van afgunst. Wie is hier eigenlijk immoreel?
Labels: België, economie
Onderstaande lezersbrief hebben Tom Jones en ikzelf vandaag verzonden naar De Standaard.Rookgordijnen, leugens en bedrog. Wat Emiel Van Broekhoven in DS van 18 juni in zijn column durft schrijven toont aan dat de professor
personal finance bijzonder weinig kaas heeft gegeten van klimaatverandering.
Laten we beginnen met de aangehaalde gezagsargumenten van "leidinggevende wetenschappers" zoals hij zijn bronnen noemt. Richard Lindzen is weliswaar professor metereologie aan het Massachussets Institute of Technology, maar de man krijgt al meer dan 10 jaar geen teksten gepubliceerd in vakbladen als
Nature of
Science. Lindzen kan trouwens via verschillende organisaties worden gelinkt aan onder meer ExxonMobil. Professor Revelle is dan weer reeds overleden in 1991, en sindsdien is de klimaatwetenschap er toch wel enigzins op vooruit gegaan. De "stevige wetenschappelijke documentatie" van Salomon Kroonenberg ten slotte bulkt van de wetenschappelijke onjuistheden en is gebaseerd op verouderde gegevens. Zijn boek "De menselijke maat" werd dan ook aan geen enkele vorm van
peer review kwaliteitscontrole onderworpen.
Ondanks de pogingen van enkelen om een rookgordijn op te trekken en zo verwarring te scheppen bij de gewone bevolking, blijft het feit dat er weldegelijk wetenschappelijke consensus is wat betreft klimaatverandering: de menselijke activiteit is veruit de grootste oorzaak van het versterkte broeikaseffect. De wijzigende zonneactviteit speelt hoogstens een kleine nevenrol in het opwarmingsverhaal, zoals duidelijk werd erkend in het jongste VN-klimaatrapport.
In andere landen beseft men echter maar al te goed wat de economische implicaties kunnen zijn van de klimaatverandering. Al in september 2004 wees de Conference Board, een belangrijke lobbygroep van 2000 bedrijven van over heel de wereld, ook multinationals, al op het grote gevaar van de opwarming van de aarde en drong hij aan op een krachtig optreden van overheden en privé-bedrijven. Nicholas Stern, voormalig medewerker van de Wereldbank, schat de kost van niets doen op 5 tot 20% van het wereldwijde BNP. Niet voor niets heeft elke Londense bank een klimatoloog in dienst. Ook verzekeringsmakelaars weten maar al te goed waar de klimaatklepel hangt. Swiss Re, 's wereld grootste herverzekeraar, heeft al meermaals gewaarschuwd voor de opwarming van de aarde die de verzekeraars zal opzadelen met steeds hogere schadeclaims als gevolg van natuurrampen. En ook op het recente World Economic Forum in Davos pleitten heel wat bedrijven uit verschillende landen voor onder meer emissierechtenhandel.
Niet alleen zijn de aangehaalde bronnen lachwekkend, ook de redenering van Van Broekhoven houdt geen steek. Al blijft hij hardnekkig de vele wetenschappelijke bewijzen voor klimaatverandering naast zich neerleggen, dan nog is het economisch voordeliger om in plaats van steeds maar hogere energiefacturen te betalen, te investeren in energiebesparing en -efficiëntie. Veel eco-investeringen halen ook hogere rendementen dan een spaarboekje, obligaties of aandelen. Voor iemand die boeken en artikelen schrijft over persoonlijke financiële planning moet dat toch goed in de oren klinken?
Els Keytsman en Peter Tom Jones, auteurs van Het klimaatboek. Pleidooi voor een ecologische omslag.Labels: België, denial industry
Onderstaand stuk verscheen in De Standaard van 16 juni 2007. Een klimaatbeleid kan niet bouwen op milieutaksen alleen, antwoordt Els Keytsman op de kritiek van Aviel Verbruggen dat Groen! vooral aan regelneverij doet.Aviel Verbruggen vindt 'klimaatministerke spelen' geen goede oplossing voor de huidige klimaatproblemen en pleit voor een ambitieus klimaatbeleid (DS 15 juni). Dat ambitieuze klimaatbeleid is vandaag op geen enkel vlak zichtbaar.
Langetermijndoelstellingen voor regeringen blijven tot nu toe altijd vrijblijvend. Dat is zeker zo wat klimaat betreft. België heeft zich in het Kyoto-protocol verbonden om tegen 2012 te gaan naar een minderuitstoot van 7,5 procent ten aanzien van 1990, maar nu al is duidelijk dat met het huidige beleid deze doelstelling niet wordt gehaald. En onze beleidsmakers geraken daar gewoon mee weg.
Tegelijk schreeuwen bedrijven om juridische zekerheid. Voor Groen! is een klimaatwet met duidelijke doelstellingen daarvoor de beste garantie. Met een klimaatwet kan elke burger, het parlement en de hele civiele samenleving jaar na jaar de vorderingen van het beleid evalueren en laten bijsturen. Indien doelstellingen niet worden gehaald, kan de overheid daarvoor verantwoordelijk worden gesteld. Ook in Nederland pleiten milieuorganisaties én vakbonden gezamenlijk voor een speciale klimaatwet waarin wordt vastgelegd hoeveel Nederland jaarlijks mag uitstoten. Ook de 'Big Ask' campagne van Friends of the Earth en de oproep van 400 Britse politici om het halen van ambitieuze klimaatdoelstellingen op korte, maar ook op lange termijn, wettelijk bindend te maken, leidden eerder al in Groot-Brittannië tot een klimaatwet. Ook Canada voert binnenkort zo'n klimaatwet in.
Een klimaatbeleid kan niet bouwen enkel op milieutaksen. Dat leidt niet tot een effectief milieubeleid, maar maakt integendeel heel veel ecologische producten voor tal van mensen financieel onbereikbaar. Dat kan onmogelijk de bedoeling zijn. Productnormen en subsidieregelingen zorgen ervoor dat bedrijven en burgers op een betaalbare wijze hun uitstoot van broeikasgassen kunnen verminderen. Bedrijven en consumenten kunnen dan kiezen welke maatregelen het beste bij hen passen. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld een CO{-2}-budget krijgen, terwijl emissierechten dan bij andere bedrijven worden ingekocht. Of nog, eerder dan de consument de valse keuze op te dringen tussen milieuschadelijke en milieuvriendelijke producten, zorgt de overheid ervoor dat enkel nog kwaliteit op de markt terecht komt. Dat kan met het Top Runner Model zoals in Japan. Hierbij worden ambitieuze productnormen vooropgesteld en de overheid verleent drastische ecologiesteun aan de onderneming die koploper is in de betrokken sector. Na vijf jaar wordt de prestatie van de koploper de norm. Zo worden ecologische producten voor iedereen bereikbaar.
Voor een doeltreffend klimaatbeleid zijn juridisch verankerde doelstellingen en maatregelen alleen uiteraard ruim onvoldoende. Het is duidelijk dat de energieomslag een goede en volgehouden coördinatie tussen de gewesten en het federale niveau vereist. Gezien het energie-, klimaat- en milieubeleid elkaar voor grote delen overlappen, is de bestaande versnippering van middelen, bevoegdheden en personeel even nefast voor de doeltreffendheid van het beleid. Verhofstadt II telde een minister van Energie, eentje van Leefmilieu, en daarbovenop een staatssecretaris van Duurzame Ontwikkeling. Als deze drie regeringsleden al een beleid voerden, dan was op zijn zachtst gezegd niet altijd even coherent. Laat staan dat het klimaatbeleid op federaal niveau en dat op het Vlaamse niveau met elkaar in overeenstemming waren. Er is dan ook nood aan een sterke coördinatie van het klimaat- en energiebeleid en van de verschillende energie- en klimaatfondsen op de verschillende overheidsniveaus. Maar ook van de verschillende steunmaatregelen. Vooral daarom pleitte Groen! voor een vice-premier voor Klimaat, Milieu en Energie die het beleid van de verschillende overheidsniveaus in het land coördineert, de energietransitie voorbereidt en daarvoor de verschillende actoren samenbrengt.
De kern van het ecologische klimaatplan is dus niet zozeer 'het postje' van de klimaatminister zoals Aviel Verbruggen denkt, maar wel een klimaatwet, de coördinatie van de verschillende bevoegdheden op verschillende niveaus, en uiteraard een voldoende groot budget. Het is evident dat zo'n ambitieus klimaatbeleid wortels moet hebben in een uitgebreid hoofdstuk in het volgende federale regeerakkoord en dat het gedragen moet zijn door de ganse federale regering. De veruitwendiging van zo'n doortastend klimaatbeleid is dan de klimaatminister, met voldoende ruime bevoegdheden inzake leefmilieu, energie, duurzame ontwikkeling en energie. Een minister die wéégt binnen de regering en die gemandateerd is om de coördinatie met de regio's inzake energie- en klimaatbeleid te verzorgen. Een minister die ook wéét waarover het gaat, eentje met veel deskundigheid en expertise. Pas dan kan de ecologische omslag naar een ambitieus klimaatbeleid op de sporen worden gezet. Er is inderdaad nog veel werk aan de winkel.
Els Keytsman (Groen!) schreef mee Het Klimaatboek. Pleidooi voor een ecologische omslag.Labels: beleid, België, klimaat
Gisteren heeft het
VN-klimaatpanel IPCC een gedetailleerd rapport over de gevolgen van de opwarming van de aarde bekendgemaakt. De toekomst is ineens akelig concreet en als we vandaag geen actie ondernemen, zijn de gevolgen gewoon catastrofaal. Dat is in een notendop de inhoud van dat rapport.
De klimaatverandering is geen toekomstverhaal meer, we zitten er gewoon middenin: de zachte winter met terrasjesweer in februari, de skivakanties zonder sneeuw, de vroege bloeiers. En erger: gletsjers smelten weg, de Noordpool ook. De scenario's van het IPCC tonen weinig goeds: meer stormen, meer droogtes, meer overstromingen, eilanden die verdwijnen, miljoenen klimaatvluchtelingen... als we niets doen.
Zoals steeds zijn het de armsten die het hardst getroffen worden. De landen uit het zuiden kijken aan tegen ecologische en economische catastrofes, en het zijn net die die het minst bijdragen aan het probleem. En net zij hebben niet de middelen om zich te beschermen tegen de ergste gevolgen. Deze onverantwoorde onrechtvaardigheid is er niet alleen wereldwijd, het is ook zo in eigen land. De armsten wonen in de slechtste huizen, in de meest ongezonde wijken, kijken tegen torenhoge dokters- en ziekenhuisfacturen aan, en hebben niet het geld om hun woningen te renoveren. De beter middenklasse woont in het groen, in gezonde wijken en huizen en hebben het geld om energieaudits te laten uitvoeren en met een hybride luxewagen rond te rijden.
Niets doen is de facto kiezen voor de doemscenario's van het IPCC. Ik wil weg van die doemscenario's. Al is het maar om een economische recessie te vermijden.
Buurland Nederland bijvoorbeeld zal de komende vijftien jaar tientallen miljarden euro moeten investeren om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. Het kost alleen al zeker 26 miljard euro om het water in de rivieren meer ruimte te geven. Voor de constructie van klimaatbestendige gebouwen zal 23 miljard moeten worden uitgetrokken. Niets doen zal dus veel meer geld kosten dan wél een klimaatbeleid voeren.
Toch doen in België de huidige regeringen niet meer dan wat
groene window dressing. Elke partij heeft wel een klimaatplan klaar. Edoch,
ondanks de alarmerende inhoud vindt "milieu"minister Tobback geen reden om extra maatregelen te nemen.
"België zal zich gewoon aan de vooropgestelde reductiescenario's houden. Concreet betekent dit dat we de uitstoot met minstens 18 procent willen terugschroeven", klinkt het.
Dat is uiteraard veel te weinig ambitieus. Westerse economieën zullen tegen 2050 moeten gaan naar 90% minderuitstoot. Hiervoor is een écht klimaatbeleid nodig. Dat betekent jaarlijkse reductiedoelstelling in eigen land van minstens 3%. En dat betekent vooral een voldoende groot budget uittrekken. Voor mij is dat 1% van het bruto nationaal product, of ongeveer 3 miljard euro jaarlijks in België. Geld dat wordt geïnvesteerd in eigen land: isoleren van gebouwen, apparaten die weinig stroom verbruiken, huizen die niet meer hoeven te worden verwarmd, een comfortabel en gebiedsdekkend openbaar vervoer, zuiniger en lichter wagens,...
Voor dat klimaatbeleid zijn politici met lef nodig. Met de laffe struisvogelpolitiek van vandaag is niemand gediend.
Labels: beleid, België, opwarming
Bron: belga
BRUSSEL - De Belgen zijn over het algemeen voorstander van spectaculaire maatregelen tegen de opwarming van het klimaat. Dat blijkt uit een peiling die op vraag van Leefmilieu Brussel werd uitgevoerd door Dedicated Research in samenwerking met Le Soir en RTL. De Waalse bevolking gaat wel bewuster om met het milieu dan de Vlaamse.
De meerderheid van de Belgen (60 procent) is zich goed bewust van de realiteit van de opwarming van het klimaat, schrijft Le Soir maandag. Maar terwijl bijna 80 procent van de Walen en Brusselaars zegt bezig te zijn met één of meer milieuproblemen, zegt de meerderheid van de Vlamingen dat hen dat allemaal weinig interesseert.
Drie Belgen op de vier vinden de opwarming van het klimaat ,,een echt probleem waar dringend aandacht aan besteed moet worden voor de situatie erger wordt''. Eén op de twee wijst met een beschuldigende vinger naar de uitlaatgassen als oorzaak van de opwarming. De invloed van het openbaar vervoer op de klimaatswijziging wordt dan weer door de Belgen overschat (39 procent in vergelijking met de daadwerkelijke 25 procent), de invloed van het huishoudelijk verbruik wordt onderschat (10 procent tegenover 25 procent in realiteit).
De studie toont voorts aan dat de gevolgen van de opwarming van het klimaat niet goed gekend zijn. Slechts 3 procent van de ondervraagden spreekt over een vermindering van biodiversiteit terwijl de klimaatsveranderingen talrijke levende wezens bedreigen.
Opmerkelijk is ook dat hoewel de Belgen gevoelig zijn voor de problematiek, de meesten (66 procent) verklaren dat ze geen of weinig moeite doen om de opwarming van de aarde te bestrijden. Het meest actief zijn de inwoners van Brussel (43 procent), gevolgd door de Walen (25 procent) en de Vlamingen (24 procent).
Tot slot zeggen de Belgen dat ze bereid zijn om de wagen wat vaker aan de kant te laten staan (21 procent), groene energie te gebruiken (14 procent) of minder de verwarming te gebruiken (13 procent).
Labels: beleid, België, biodiversiteit, klimaat
Op 16 april verschijnt Het Klimaatboek: pleidooi voor een ecologische omslag.
Peter Tom Jones en ik zijn de auteurs en het boek wordt uitgegeven door
EPO.
Deze week werd al een tipje van de sluier gelicht.
Knack-journaliste Celine De Coster nam een interview af over het het wanbeheer van de verschillende energie- en klimaatfondsen. Ik post hieronder de tekst van het interview, ik heb er zelf links aan vernoemde studies, personen en organisaties aan toegevoegd.
Meer fondsen dan maatregelenHet Belgische energie- en woonbeleid blinkt uit in kortetermijndenken, vindt Els Keytsman van Groen! 'Zowat elke minister heeft zijn eigen energiefonds, en het geld daarvan wordt niet gebruikt waarvoor het eigenlijk bestemd is.'Klimaat, energie en wonen: het hangt allemaal samen. België moet tegen 2012 zijn uitstoot van broeikasgassen met 7,5 procent verminderen tegenover 1990. Alleen dan voldoet ons land aan de doelstellingen van het Kyotoprotocol. Het kan dus niet anders of we moeten hernieuwbare energiebronnen aanboren als milieuvriendelijk alternatief, en daarnaast is het aangewezen om onze woningen energiezuinig te maken.
Goede informatie daarover is heel erg nodig.
'Jammer genoeg blinkt het paarse beleid ter zake niet uit in transparantie' zegt Els Keytsman, tweede op de Oost-Vlaamse Kamerlijst voor
Groen! 'Bovendien hebben de jongste maatregelen rond klimaat, energie en wonen een hoog ad-hocgehalte. De stookoliecheques voor gezinnen met een laag inkomen, bijvoorbeeld. Die worden uitgedeeld als de olieprijzen stijgen, maar daarna staan we weer even ver. Naar duurzame alternatieven wordt niet gezocht.'Het is slechts een van de dingen die Els Keytsman aankaart in
Het klimaatboek, pleidooi voor een ecologische omslag dat op 16 april in de rekken ligt. Ze schreef het samen met
Peter Tom Jones, klimaatwetenschapper en op 10 juni tweede op de Senaatslijst voor Groen!
'We vonden dat het tijd was voor actie, want het klimaatprobleem is zeer acuut. En ja, de overheid hééft al maatregelen genomen, maar niet genoeg om de vereiste omslag teweeg te brengen. Bovendien staan alle maatregelen los van elkaar, wat de doeltreffendheid ervan niet ten goede komt.'Keytsman richt haar pijlen vooral op de energiefondsen die de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Op federaal niveau alleen al zijn het er zes (zie kader). De zes fondsen hebben samen ongeveer 280 miljoen euro, maar het grootste deel van dat geld ligt te slapen - of wordt niet gebruikt waarvoor het eigenlijk bedoeld was.
'Neem nu het Kyotofonds', zegt Keytsman.
'Aanvankelijk was het de bedoeling om er vooral energie-efficiënte investeringen mee te subsidiëren. Blijkt nu dat het meeste geld gereserveerd wordt voor de aankoop van vervuilingsrechten in het buitenland, om zo de Kyotonorm te halen. Dat helpt natuurlijk óók, maar de kern van het verhaal zouden bínnenlandse klimaatmaatregelen moeten zijn. Temeer omdat het om geld gaat dat afkomstig is van de Belgische consument.'Els Keytsman rukt de zaken uit hun groter verband, vindt
Bruno Tobback, federaal minister van Leefmilieu (SP.A). '
In 2004 hebben de verschillende overheden in ons land een samenwerkingsakkoord gesloten over Kyoto. Om ons doel te bereiken, engageerde elke overheid zich ertoe om twee derde van het verhaal in eigen land te verwezenlijken - met fiscale voordelen voor milieuvriendelijke investeringen bijvoorbeeld - en één derde werd gereserveerd voor emissierechten in het buitenland. Nu pas komt het Kyotofonds op de proppen. Het gaat inderdaad om een geldreserve, die we achter de hand houden voor als zou blijken dat we onze doelstellingen niet halen. Maar tot nu toe werden er nog geen emissierechten in het buitenland mee gekocht.'Behalve het Kyotofonds zijn er nog vijf andere energiefondsen, zoals
Fedesco. De bedoeling van dit fonds: het laten uitvoeren van energieaudits in overheidsgebouwen, en energie-efficiënte projecten voorfinancieren. Voor 2007 werden audits voorzien in slechts 8 overheidsgebouwen, op een totaal van ongeveer 1.800, viste Els Keytsman uit.
'Dat is absoluut niet waar' reageert
Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling (Spirit).
'Er staan echt wel meer audits op stapel. Fedesco heeft misschien enkele kinderziekten gehad - er zijn audits uitgevoerd in gebouwen die binnenkort leeg komen te staan, bijvoorbeeld, en we hebben een tijdje zonder algemeen directeur gezeten - maar nu werkt Fedesco stilaan op kruissnelheid.'In het pakket energiefondsen zitten ook fondsen die zich het lot van mensen in armoede aantrekken - hun schrijnende toestand wordt vaak mee veroorzaakt door steeds stijgende energiefacturen. Maar ook hier schort er heel wat, zegt Els Keytsman.
'Met het geld van het sociale energiefonds moeten de OCMW's mensen helpen die hun energiefacturen niet kunnen betalen. De OCMW's moeten ook preventief te werk gaan, door budgetbegeleiding op poten te zetten. Maar dat blijkt vaak niet te gebeuren.'Het
Verbruikersateljee, een beweging voor de kleine consument, stelde zelfs vast dat de OCMW's twee derde van de middelen uit het sociale energiefonds gebruikten voor personeelskosten. Het extra geld diende dus vaak niet om het nodige extra personeel aan te werven. Er werd integendeel een beroep gedaan op bestaand OCMW-personeel, om zo begrotingstekorten op te vullen.
De kwestie kwam aan bod tijdens een hoorzitting in het Vlaams Parlement, op 23 januari 2006.
De
CREG, die het sociale energiefonds beheert, wil geen inhoudelijk commentaar geven over de manier waarop het geld besteed wordt.
'Dat is de verantwoordelijkheid van de OCMW's', zegt Guido Camps, CREG-directeur voor de Controle van de Prijzen van Gas en Elektriciteit.
'Wij hebben daar niks mee te maken. De CREG int het geld, beheert het, en verdeelt het over de Belgische OCMW's. Daarna is onze rol uitgespeeld. Wie dan verder bevoegd is voor de zaak? Binnenlandse Aangelegenheden misschien, bij de Gewesten? Ik zou het niet kunnen zeggen.'Een
studie uit 2006, uitgevoerd door het Hoger Instituut voor de Arbeid (K.U. Leuven) en het Centre d'Etudes Economiques et Sociales de l'Environnement (Université Libre de Bruxelles), kaart de zaak wél aan. Er is een gebrek aan visie omtrent de aanpak van het energieprobleem voor kansarme gezinnen, aldus het rapport, en ook bij de OCMW's zélf is de vraag naar meer afstemming tussen de overheidsmaatregelen groot. De studie pleit voor de fusie van enkele sociale energiefondsen om de zaken te stroomlijnen.
Els Keytsman gaat nog verder. Zij pleit ervoor om van de zes federale energiefondsen één enkel Sociaal Klimaatfonds te maken, dat onder de bevoegdheid valt van slechts één persoon: een vicepremier van Leefmilieu, Klimaat en Energie.
'Energie, milieu en wonen zijn drie thema's waarbij de bevoegdheden geweldig door elkaar lopen, en bovendien opereren de verschillende overheden vaak naast elkaar. Er moet een veel betere coördinatie komen door iemand die prominent aanwezig is in de regering. Een vicepremier dus.'Els Van Weert vindt dat het niet opgaat om alle energiefondsen op één hoop te gooien.
'Het sociale energiefonds heeft hoegenaamd niks meer met klimaat te maken. Het gaat om een kruising tussen energie en kansarmoede, een totaal andere invalshoek dan bijvoorbeeld het Kyotofonds.' Ook Bruno Tobback vindt dat Keytsman overdrijft. 'Zo kan ik ook tien dingen opsommen die eventueel in haar verhaal zouden kunnen passen. Wat is de meerwaarde van zo'n lukrake optelsom? Volgens mij moet elke minister in zijn eigen departement zijn best trachten te doen. Of iedereen nú zijn best doet? (korte aarzeling) Ieder departement zou zijn best móéten doen.'Els Keytsman betoogt dat de klimaatkwestie ook een sociaal verhaal is.
'Als je zorgt voor energiezuinige woningen levert dat lagere energiefacturen op. Door aan het klimaat te denken, los je dus een stukje van de armoede op.' Het is een goed denkspoor om het aantal energiefondsen te reduceren, vindt Els Van Weert.
'Maar één fonds is onhaalbaar. Veel zaken zijn wettelijk vastgeklonken, en er zijn ook verschillende invalshoeken die moeilijk verenigbaar zijn.'De weg die België nu bewandelt, is niet de goede, zegt Keytsman stellig. Vooral kansarmen wonen in huizen waar de energie letterlijk naar buiten vliegt, en zelfs wat nieuwbouw betreft loopt ons land achterop.
'De energieprestatienormen die dit jaar werden opgelegd, bestaan al dertig jaar in landen als Denemarken. Het huidige beleid voldoet dus niet. Meer nog, zoals het er nu naar uitziet, zal België de Kyotonormen niet halen.'Er is een overaanbod aan gezaghebbende rapporten die hongersnoden, overstromingen en ook economische rampspoed voorspellen als we niet gauw in actie schieten, beweert Keytsman. Bezondigt zij zich daarmee niet aan groen doemdenken?
'Een beredeneerd klimaatbeleid creëert vooral pósitieve effecten', werpt Els Keytsman tegen.
'Zoals een lagere energiefactuur en dus een hogere koopkracht, maar ook extra jobs.' Dat laatste wordt in elk geval bevestigd door de Vlaamse Confederatie Bouw, die in 2004 becijferde dat 10.000 woningen die beter geïsoleerd worden liefst 1200 arbeidsplaatsen zouden creëren. Duitsland bijvoorbeeld kan al pronken met 300.000 nieuwe jobs in de sector van de hernieuwbare energie. Nu België nog.
Dit artikel verscheen in Knack van 21 maart 2007, pp. 21-24.Labels: beleid, België, energie, klimaat
Een paar dagen geleden stond in
De Morgen een artikel over de brandstofvretende wagens van de paarse ministers. Vooral de minister van Energie (!) Marc Verwilghen vindt het blijkbaar nodig om zich met de minst zuinige en veruit de meest vervuilende wagen die er op de markt is, te laten rondrijden. De Audi Q7 van Verwilghen stoot per kilometer maar liefst 282 gram CO2 uit. De SUV van Verwilghen wordt nipt gevolgd door de A8 4.2 TDI van premier Guy Verhofstadt: die stoot 242 gram per kilometer uit. Het is dus niet
Open VLD maar
Vervuilende VLD.
Op die keuzes kwam terecht veel kritiek.
"CO2-afgunst", luidde de verdediging van premier Verhofstadt. Wow. Daar moest ik even van slikken. Want indien Verwilghen met die wagen jaarlijks 10.000 km rijdt, dan braakt hij op zijn eentje evenveel CO2 uit als een gemiddeld Belgisch gezin voor een gans jaar elektriciteitsverbruik. Zo'n onverantwoorde aankoop wordt dan ook terecht bekritiseerd.
Ook al
schaamtelijk is de verdediging van kabinet Verwilghen:
"De huidige norm voor CO2-uitstoot is Euro 4 en nog niet Euro 5", zegt de woordvoerder tegen Belga.
"We houden ons aan de norm, dat is het belangrijkste." Euronormen zeggen helemaal niets over CO2-uitstoot, maar hebben betrekking op NOx, CO, koolwaterstoffen en PM (fijn stof). Euronormen zijn ook wettelijk opgelegd aan de industrie, dus het is vrij gemakkelijk voor de minister om er zich aan te houden. De uitstootnorm voor CO2 is dan weer vastgelegd in een vrijwillige overeenkomst van de auto-industrie met de Europese Commissie. De twee hebben geen verband met elkaar: een goede euronorm is helemaal geen garantie voor een lage CO2-uitstoot. Het is verontrustend dat het kabinet van Energie zoiets niet weet.
Het is duidelijk: met dergelijke beleidsmakers wordt ons land nooit minder afhankelijk van olie, laat staan dat we in 2050 90% minderuitstoot zullen realiseren.
Labels: beleid, België, energie
Ik weet het, heb al gereageerd via Belga, maar ik moet het ook hier kwijt. Defensieminister
Flahaut chartert doodleuk een legerhelicopter voor een retourtje Kinepolis Hasselt te boeken om naar de film van Al Gore te gaan kijken, en vindt dat nog normaal ook.
Val nu dood. Brussel-Hasselt is een goede treinverbinding en de bussen rijden gratis in Hasselt. Perfect dus om wat dossiers in te studeren. En elke minister beschikt over een wagen mét chauffeur, dus wat die man bezielt om een zeer vervuilende én dure helicopter te gebruiken, op kosten van de belastingbetaler... ik ben gewoon gedegouteerd.
Ik vind het dubbel erg dat hij dan ook nog eens naar de klimaatfilm van Gore gaat kijken. Een
helicopter verbruikt immers 25 keer meer dan een wagen voor hetzelfde tracjet - een Agusta A-109 helicopter braakt namelijk
250 3,1 kg CO2 per afgelegde kilometer uit. Straks beweert de grapjas nog dat die wieken op de helicopter een winturbine zijn.
Labels: beleid, België, klimaat
Het cynisme van deze regering kent geen grenzen.
Minister
Tobback laat weten dat hij ook in België de verkoop van gloeilampen aan banden wil leggen. Een supergoed idee - eerder al hield ik op dit blog pleidooien voor het
verbieden van de verkoop van gloeilampen, ook in ons land.
Alleen getuigt het van electoraal cynisme dat hij het pas na de verkiezingen op de onderhandelingstafel wil gooien.
Een paar dagen geleden klonk het bij de regering nog dat België niet bevoegd was om dergelijke maatregelen te nemen.
Nonsens natuurlijk. Via de
"wet op de productnormen" is het perfect mogelijk om de verkoop van gloeilampen te verbieden, of enkel nog toestellen toe te laten die hoogstens 1 Watt in stand by verbruiken of er voor te zorgen dat alleen nog toestellen met A-label worden verkocht. Zo valt de valse keuze tussen energiezuinige en energievretende toestellen voor de consument weg.
Iedereen kan dan genieten van energiezuinige toestellen. Niemand hoeft zich dan nog blauw te betalen aan hoge elektriciteitsfacturen.
Blair kondigde deze maatregelen al aan in
zijn energieplan. Als Blair het kan, kan Tobback het ook, want bij mijn weten ligt Groot-Brittannië in de EU. In Californië ligt ook al langer een voorstel op tafel om de verkoop van gloeilampen aan banden te leggen. En vandaag
laat Australië weten dit ook te willen doen.
Het kan dus plotsklaps wel, als minister je bevoegdheid via de wet op de productnormen voluit inzetten. Dat wil dus zeggen dat Tobback vier jaar lang verzuimd heeft te doen wat hij gewoonweg had moeten doen: de elektriciteitsfactuur van gewone gezinnen structureel en drastisch te verlagen. Energiebesparing levert een gemiddeld Belgisch gezin zeker 13% koopkrachtverhoging op. Dat heeft deze regering ons dus 4 jaar lang ontzegd.
Labels: beleid, België, energie, energiebesparing
Onderstaande lezersbrief verscheen in De Morgen van zaterdag 17 februariHet cijfergegoochel van TobbackMinister Tobback grijpt de tweede verjaardag van de inwerkingtreding van het Kyotoprotocol aan om hoeraberichten de wereld in te sturen:
"De Belgische CO2-emissie-equivalenten zijn in 2005 gedaald onder het niveau van 1990." Dat klinkt beter dan het in werkelijkheid is. Kyoto gaat over meer dan enkel CO2. Men moet ook rekening houden met andere gassen (lachgas, methaan en fluorgas) die meegeteld worden als CO2-equivalenten.
In België lag in 2005 de totale uitstoot in equivalenten 2 procent lager dan in 1990. Die daling is onder meer gerealiseerd door tijdelijke verminderde activiteit bij Sidmar en Totalfina, en door de sluiting van een Waalse hoogoven. Dat blijkt uit de antwoorden die België in december 2006 aan de Europese Commissie heeft gegeven en die pas na inspanningen van de milieubeweging inzake openbaarheid van bestuur werden vrijgegeven.
In het officiële antwoord geven de ministers Tobback en Peeters aan de Commissie toe dat 2005 een uitzonderlijk jaar is. Die uitspraak staat in schril contrast met de hoeracommunicatie aan de Belgische pers.
In Vlaanderen is de CO2-uitstoot zelfs toegenomen: in de periode 1990-2005 met maar liefst 12 procent (MIRA-T 2006). De totale uitstoot is ongeveer gestabiliseerd door de daling van de uitstoot van drie andere broeikasgassen. Laat dat nu ten dele toe te schrijven zijn aan de vermindering van de veestapel onder impuls van de afbouwmaatregelen van voormalig minister van Landbouw, Vera Dua.
Ons land haalt met de uitvoering van alle genomen en aangekondigde maatregelen de Kyotodoelstelling niet, en de regeringen compenseren die kloof met de aankoop van vervuilingsrechten in het buitenland. Voor alle regeringen samen gaat het om ongeveer 400 miljoen euro. Dat is belastinggeld dat letterlijk wordt buitengegooid, geld dat men beter had gespendeerd aan maatregelen in eigen land, met duurzame effecten en jobcreatie.
Laten we ook eens naar het grotere plaatje kijken, de periode na 2012. Zoals het recente rapport van het VN-klimaatpanel aantoont, moeten we snel naar veel grotere reducties gaan. Jaarlijks dient België zo'n 3 procent uitstoot te besparen. Tegen 2030 moet ons land een minderuitstoot hebben gehaald van 50 procent, om tegen 2050 de nodige reductie van 80 procent te kunnen bereiken.
Daarvoor is een trendbreuk nodig. Fundamentele keuzes dringen zich op, zoals de keuze voor een economie die rekening houdt met grenzen. Met het huidige beleid wijst niets erop dat die trendbreuk er zal komen. In het klimaatplan van Groen! doen wij een aantal heel concrete voorstellen in die richting.
Peter Tom Jones (Groen!), wetenschapper-publicist, en Els Keytsman (Groen!), economist
Labels: beleid, België, milieu, opwarming
Vandaag ging ik met Vera Dua en
Peter Tom Jones langs bij Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling. Ze nodigde ons uit om het
klimaatplan van Groen! toe te lichten.
Het was een open gesprek, en net als Van Weert willen wij een brede samenwerking om samen de klimaatverandering tegen te gaan. Van Weert was er het mee eens dat de opwarming van de aarde en de menselijke rol daarin een "urgent probleem" vormt. De verschillende overheden in ons land zetten ook kleine stapjes richting klimaatbeleid, maar het blijft allemaal ruim onvoldoende. We hebben immers geen kleine stapjes nodig, maar quantomsprongen.
En na afloop bleef ik met het wrange gevoel zitten dat men nog steeds niet doordrongen is van van de hoogdringendheid van het probleem. Deze regering zal met uitvoering van alle genomen en aangekondigde maatregelen niet eens de Kyotonorm halen. En een opsomming van wat wel gebeurt, lost het klimaatprobleem niet op. Daarvoor zijn concrete engagementen om veel verder te gaan nodig, en die bleven uit.
De vraag is immers niet of er iets gebeurt, de vraag is of er voldoende gebeurt om tegen 2012 Kyoto te halen (-7,5% minder uitstoot), tegen 2030 naar 50% minderuitstoot, om zo tegen 2080 de nodige 80% minderuitstoot te kunnen optekenen.
Tom en ik blijven dan ook heel sterk pleiten voor een radicaal andere aanpak en een radicaal andere economie. Het BNP als welvaartsindicator is een goed voorbeeld. Zowat alle overheidsbeleid, zoals het opmaken van een begroting, wordt hierop gebaseerd. En alle klassieke partijen blijven zweren bij "economische groei". Nochtans is het een hele botte indicator. Het BNP stijgt bij verkeersongevallen en milieuvervuiling.
Daarom is het BNP is geen goeie indicator voor een ecologische economie en moet hij gecorrigeerd worden. Het is nog maar de vraag of de mainstreampartijen deze vraag mee ondersteunen.
Een reactie die ik zeker niet kan pruimen is die over productnormen. Vandaag hameren politici op de verantwoordelijkheid van de individuele burger.
"Het is nu aan de gezinnen om te besparen" zegt Verhofstadt. Dat zal wel zijn, maar de verantwoordelijkheid hiervoor ligt in de eerste plaats bij de overheid. Ik vind dat de bevoegde minister zijn verantwoordelijkheid moet nemen en via de productnormen ervoor zorgen dat Belgische gezinnen toegang krijgen tot zuinige producten. Want nu krijgt de consument veel valse keuzes voorgeschoteld: milieuvriendelijke of milieuschadelijke producten. Ik vind dat enkel de meest zuinige toestellen op de markt mogen worden toegelaten.
"België kan niet zelf productnormen voor huishoudtoestellen opleggen, hetgeen een Europese verantwoordelijkheid is", aldus Van Weert. Ten eerste is dat de Europese paraplu nog maar eens open trekken. Bovendien is het onjuist. Zo heeft de Britse overheid in 2006 in haar
overheidsplan "Energy Review" laten weten de standby-knop op apparaten te willen verbieden. Daarnaast moeten koelkasten en (af)wasmachines energiezuiniger worden. Gloeilampen die teveel stroom consumeren worden ook verboden. Als Blair goede productnormen kan invoeren, dan kan Tobback dat toch ook?
Datzelfde Britse plan zegt ook dat de Britse centrale overheid tegen 2012 klimaatneutraal wil werken. Eerder al had ik het over de
stad Amsterdam, die zichzelf ook al deze doelstelling had opgelegd. De Belgische federale overheid beperkt zich tot een rondzendbrief die de administraties oplegt 2,5% minder energie te verbruiken.
De dringendheid van het probleem is dus nog niet doordrongen bij de huidige beleidsmakers. Buurlanden hebben het wél begrepen. Aan stoere verklaringen alleen hebben de toekomstige generaties niets. En het kan niet eeuwig 5 voor 12 blijven. Een doortastend klimaatbeleid gewenst dus, en snel.
Labels: beleid, België, energie, milieu, opwarming
Onderstaand opiniestuk verscheen vandaag in Het Volk (pagina 14). Er is iets misHet is nu voor iedereen duidelijk. Na alweer een warmterecord de voorbije maand. Na de mislukte skivakantie. Er is iets mis met ons klimaat. Het gaat niet goed met onze planeet. De Verenigde Naties stellen vandaag in Parijs hun klimaatrapport voor. In dat rapport komt het hoge woord eruit: het is nu bewezen dat de klimaatopwarming onze schuld is. Als symbolische actie werd vanuit Frankrijk opgeroepen om om vijf voor acht het licht uit te doen.
Het meest dringende dat moet gebeuren is de uitstoot van CO2 verminderen. Ons land heeft beloofd om de uitstoot met een kleine tien procent te verminderen. Bovendien moeten we op de lange termijn tachtig tot negentig procent van de CO2-uitstoot verminderen. Vlaanderen staat nog nergens. De kritiek van Groen! op Vlaams minister voor Milieu Kris Peeters wordt steeds luider en steeds geloofwaardiger.
Vlaanderen verspilt nog veel te veel energie en warmte. De goedkoopste en meest efficiënte besparingsmethode is gewoon je dak isoleren. Vlaanderen moet dat met premies stimuleren. Al maanden spreekt de Vlaamse overheid over allerlei bouw- en renovatiepremies, maar die blijken nog altijd niet in orde. Maar bovenal moet de Vlaamse overheid een coherent beleid tegen de CO2-uitstoot uitwerken. Alle departementen hebben ermee te maken. In Wallonië worden bijvoorbeeld nu al zogeheten "passieve" sociale woningen gebouwd. Die warmen zichzelf als het ware op.
Onze energiepolitiek moet omgegooid worden. In plaats van machtige bijna-monopolies en kerncentrales moet er een veelvoud van kleine alternatieven opgebouwd worden: wind- en zonne-energie, kleine waterkrachtcentrales, warmteboilers op het dak, zonnepanelen, vergisting enz.
De gevolgen van de klimaatwijziging zien we nu duidelijk. Meer stormen, hogere warmte- en regenpieken. Het onrechtvaardige is dat de gevolgen niet voor iedereen dezelfde zullen zijn. De armen en de zwakken zijn een groter slachtoffer dan de rijken. In de rijke landen vallen de gevolgen nog mee, maar in de arme landen breidt de woestijn uit. De armen in eigen land hebben geen geld om hun huis te isoleren en hebben dus hogere stookkosten.
We hebben tijdens de voorbije hittegolf gemerkt dat bijna duizend mensen meer zijn gestorven. Vooral de zwakkeren in onze samenleving, de bejaarden en kleine kinderen. Dat is een gevolg van de klimaatopwarming en het is een onrechtvaardigheid. Daarom alleen al moet eraan gewerkt worden.
jlo - © 2007 Vlaamse Uitgeversmaatschappij NV
Labels: België, energie, opwarming, politiek

Morgen zullen duizenden mensen gehoor aan de oproep van
l'Alliance pour la Planète (een groepering van een dertigtal ngo's en milieuverenigingen) om iets voor 20u de lichten te doven. Zo tonen burgers symbolisch hun ongerustheid over de klimaatverandering. Ze ageren vooral ook vanwege het ontbreken van een echt klimaatbeleid.
De directe aanleiding voor deze actie is de bekendmaking morgen van een nieuw rapport van het
VN-klimaatpanel (IPCC). Het IPCC zal weinig verrassingen in petto hebben. Wie die literatuur volgt, weet immers dat de wetenschap het al langer eens is over het klimaatprobleem: de aarde warmt op, de mens is hier grotendeels voor verantwoordelijk, en de toekomstige opwarming zal minstens ‘gematigd sterk’ zijn.
Wetenschappers zeggen ook al langer dat we nog 10 à 15 jaar hebben om het roer om te gooien. De politiek moet dan wel dringend in actie schieten. Onze regeringen halen vandaag niet eens hun Kyotodoelstellingen , terwijl die gaan over een minderuistoot van enkele luttele procenten ten opzichte van het referentiejaar 1990. Er zijn echter reducties nodig van eerst 50% (tegen 2030) en nadien 80% (tegen 2050) om de ergste klimaatgevolgen tegen te gaan. Wat we nodig hebben is met andere woorden een radicale ecologische omslag in de manier waarop we produceren en consumeren.
Daarom riepen vorige week
Peter Tom Jones en ik iedereen op
een klimaatpact te sluiten, net zoals kort na WO II een sociaal pact werd afgesloten. Dat pact legde toen de basis voor onze sociale zekerheid. Een ecologische New Deal, een echt pact dat rekening houdt met de noden van deze én van volgende generaties, kan alleen maar gesloten worden als werkgevers en werknemers, het middenveld en de verschillende overheden eindelijk de handen in elkaar slaan.
Een groene huisvrouw op je lijst zetten, jezelf verstandig groen noemen, of uitpakken met een Kyotofondsje zijn dan overduidelijk ruim onvoldoende. De vraag is trouwens niet of men vandaag
iets doet; het gaat erom of men
voldoende doet om klimaatcatastrofes te voorkomen. Dat is nu niet het geval. Ook daarom doe ik 5 minuten het licht uit, morgen.
Labels: België, opwarming
2006 wordt het warmste jaar sinds 1989. Het jaar 2006 begon met drie maanden die eigenlijk te koud waren voor de tijd van het jaar toen volgende een vrij normale lente, maar daarna kregen we het warmterecord in de maanden juni en juli.
"Ook tijdens de herfstmaanden september, oktober en november zijn er ook warmterecords gesneuveld", zegt weerman Frank Deboosere, die de oorzaak onder meer in het broeikaseffect, de opwarming van de aarde, ziet.

Voor wie er alleen maar de voordelen in ziet (terrasjes in oktober! tropische temperaturen in eigen land! minder verwarmen in de winter!), de opwarming zal ook in ons land voor nadelige gevolgen zorgen. Meer hittedoden in de zomer bijvoorbeeld. En niet elk landbouwgewas is tegen het warmere weer bestand, maar ook tropische ziektes rukken op. En wat als de zeespiegel inderdaad in die mate gaat stijgen als sommige scenario's voorspelen? Dan kan de dienst Vreemdelingenzaken zich binnen enkel decennia buigen over de aanvraagdossiers van Nederlandse klimaatvluchtelingen.
Hoog tijd dus voor een doortastend klimaatbeleid. Jammer dat de huidige regeringen vooral uitblinken in niets of weinig doen: België haalt met het beleid van de huidige milieuministers niet eens de Kyotodoelstelling. Een tip:
een gemiddeld Belgisch gezin kan gemakkelijk tot 13% van de elektriciteitsfactuur doen dalen, gewoon door standby-verbruik te vermijden. Als een
stroombespaarder niet onder kerstboom lag, dan misschien wel in ruil voor die schattige nieuwjaarsbrief?
Labels: België, opwarming
0 reactie(s):
:: zelf reageren ::