Germanwatch en CAN maakten opnieuw hun klimaatrangschikking van de 57 grootste CO2-vervuilers. Uit deze 'climate change perfomance index' blijkt dat geen enkel land voldoende doet om de klimaatverandering te beperken tot 2 graden. De top-3 blijft leeg omdat geen enkel land over een regering beschikt dat echt werk wil maken van klimaatbeleid.
De index rangschikt 57 geïndustrialiseerde landen en groeilanden. Samen zijn ze goed voor meer dan 90% van de globale uitstoot van broeikasgassen. Men brengt niet alleen de emissies in rekening, men voert ook een audit uit van het klimaatbeleid van de landen. Hij wordt voor de 5de keer opgemaakt. Rode lantaarns zijn Canada en Saoudi-Arabië. "Beste" presteerder blijkt Brazilië.
België kruipt opnieuw 9 plaatsen naar omhoog en staat op plaats 16. Dit is niet meer een inhaalbeweging, want vorig jaar tuimelde ons land 10 plaatsen naar omlaag. Eindelijk beginnen we het potentieel aan zonne- en windstroom in ons land te benutten; de eerste windturbines ver in zee werden geplaatst en steeds meer daken krijgen zonnepannelen. Toch halen we nog steeds niet het beoogde aandeel van hernieuwbare energie in de energiemix van 13%.
Wat betreft klimaatbeleid tuimelen we naar een beschamende plaats 44. Het Belgische klimaatbeleid is namelijk allebehalve coherent en ons land laat zich zelden opvallen in internationale onderhandelingen. Daarmee nestelt ons land zich op hetzelfde niveau (of zelfs slechter) als de voormalige Oostbloklanden.
Vroeger was het zoveel eenvoudiger. Toen zegden grote olie-multinationals gewoon waar het op stond: "Elke dag leveren we voldoende energie om om 7 miljoen ton ijs te doen smelten". Met die slogan maakte oliebedrijf Humble Energy (het latere Exxon, na de fusie met Standard Oil)lang geleden gewoon reclame. Met een prentje van smeltende ijsbergen er bij. Van 'denial industry' was toen dus nog geen sprake ;-)
'Mad men', in 't echt! Ik zie voor mijn geestesoog de gladde marketingboy van contentement over zijn creatieve vondst een sigaret opsteken, zichzelf een whisky inschenken, en de secretaresse een kus geven.
Nederland kreunt onder de files en wil daar onder meer via de autofiscaliteit iets aan doen. Het principe van rekeningrijden is al jarenlang het onderwerp van verschillende debatten, maar nu hebben de Nederlanders resoluut gekozen voor een km-heffing. Die wordt vanaf 2012 stapsgewijs ingevoerd.
Principe
Veel transporteconomen pleiten er al veel langer voor om automobiliteit anders te belasten. Ze houden een pleidooi voor de zogenaamde "variabilisering van autokosten". Dan wordt niet meer forfaitair belast, maar per gereden km. Zo wordt niet het bezit van de wagen geviseerd, wel het gebruik ervan. Dus hoe meer je rijdt, hoe meer je betaalt. Dit noemt met rekeningrijden, kilometerheffing of ook nog kilometerprijs.
Allemaal verschillende termen voor min of meer hetzelfde idee, maar rekeningrijden komt bovenop de vaste autobelastingen, terwijl met een kilometerprijs vaste belastingen worden vervangen door km-heffingen. Het systeem kan verder verfijnd worden ("gemoduleerd") door te diversifiëren in plaats en tijd: een hoger tarief tijdens spitsuur en in stadscentra, goedkoper op rustige momenten en op het platteland. Dergelijke "slimme km-heffing" wordt nu vanaf 2012 in Nederland van kracht.
Het Nederlandse systeem
De Nederlandse overheid is niet over één nacht ijs gegaan. Om het maatschappelijk en politiek draagvlak te vergroten, werd een "platform Anders Betalen voor Mobiliteit" opgericht, een samenwerkingsverband van bestuurders van bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties. Het platform adviseerde een invoering van een kilometerprijs afhankelijk van tijd en plaats en milieukenmerken (uitstoot en zuinigheid) van de auto. Daarnaast adviseerde het platform de aanschafbelasting en motorrijtuigenbelasting af te bouwen. Het advies is mede gebaseerd op een aantal onderzoeken naar de effecten van verschillende vormen van beprijzing.
Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is vervolgens aan de slag gegaan met de uitwerking van dit advies. Het basistarief zal 3 cent per gereden kilometer bedragen, maar loopt in 2018 op tot 6 à 7 cent. Tegelijk schaft de Nederlandse overheid de belasting op de aankoop van een wagen en de jaarlijkse verkeersbelasting af.
De Nederlandse wagens zullen uitgerust worden met een GPS-toestel dat de kilometers zal registeren. Wagens van personen met een handicap, landbouwtrekkers, motorvoertuigen met een beperkte snelheid, taxi’s, oldtimers van voor 1987 en alle bussen van het openbaar vervoer blijven (net als nu) vrijgesteld van betaling. Ook motorrijders hoeven niet te betalen. Voor buitenlandse voertuigen wordt een alternatief betalingssysteem opgezet.
Verwachte effecten
Meeste autobestuurders betalen minder. Volgens Minister van Verkeer Camiel Eurlings (CDA) zal 59 procent van de automobilisten minder moeten betalen. Voor 25 procent blijven de kosten gelijk en 16 procent betaalt meer; en volgens Nederlands Minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) is het systeem voor de overheid budgettair neutraal.
Minder autokilometers, meer openbaar vervoer. De Nederlandse regering hoopt met de kilometerheffing het aantal gereden kilometers met 15 procent terug te dringen. Daardoor zou het aantal files halveren.
Meer openbaar vervoer. Men denkt dat 6 procent meer gebruik zal gemaakt worden het openbaar vervoer.
Meer mensen op de motor. Omdat de kilometerheffing niet geldt voor motoren, zullen meer mensen hiervoor kiezen als transportmiddel.
Minder verkeersslachtoffers. Doordat de verkeersdruk zal verminderen, zal een kilometerheffing de verkeersveiligheid in Nederland bevorderen. "Het kan, afhankelijk van de gekozen variant, een besparing van 20 tot 40 verkeersdoden per jaar opleveren", zegt de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).
Milieuwinst. De Nederlanders schatten dat de CO2-uitstoot met 10 procent zal dalen.
Plan nog niet volledig
Twee zaken werden niet volledig uitgewerkt. Zo is nog niet duidelijk hoeveel de spitsheffing zal bedragen. De Provincies vragen ook compensatie voor de wegvallende opcentiemen op de motorrijtuigenbelasting die zij opleggen. Dat zou kunnen leiden tot een nieuwe belasting.
Andere maatregelen
Vooruitlopend op de kilometerprijs wil de Nederlandse overheid alvast de belangrijkste knelpunten aanpakken. Ze plant hiervoor mobiliteitsprojecten in zes grootstedelijke regio’s. Met deze projecten wil men op korte termijn de files aan te pakken (afname van minimaal 5% van het aantal autokilometers in de spits), autogebruikers en werkgevers bewust te maken van mogelijke keuzes (thuiswerken, openbaar vervoer, eerder/later beginnen), het gedrag van automobilisten in kaart te brengen, praktijkervaring op te doen met nieuwe (satelliet)technologie, en tot slot het bedrijfsleven de kans te geven om ervaring op te doen.
24 oktober, vandaag dus, is '350 Internationale Klimaatactiedag'. In 181 landen worden zo'n 5.200 acties op poten gezet. De focus van deze internationale campagne tegen de klimaatcrisis ligt op het cijfer 350. Dat staat voor 350 ppm (parts per million), de veilige grens voor CO2-concentratie in de atmosfeer. Op honderden symbolische plekken in de wereld – van de Taj Mahal over het Great Barrier Reef tot een actie in je dorp – wordt een duidelijke boodschap aan de wereldleiders gestuurd: doe iets aan de klimaatcrisis.
De fotostream van alle acties vind je op 350.org .
Het zijn vooral de arme boeren in ontwikkelingslanden die de zwaarste gevolgen van de klimaatcrisis zullen voelen. Of beter: nu al voelen. Veel landbouwersfamilies in ontwikkelingslanden voelen nu al de belangrijke impact op hun leven en welzijn.
Net deze groep vormt de kern van de fairtradebeweging.
"De regens vallen nu erg hevig gedurende een korte periode en het droge seizoen is veel langer. Dit tast de koffiestruiken aan. Het bloesemen is gestopt. Vorig jaar verloren we reeds 40% van onze productie." zegt Willington Wamayeye van de Gumutindo Coffee Co-operative (Uganda) "Het gevolg is dat mensen moeten vechten om te overleven. Voedsel wordt duurder en zelfs belangrijke voedingsgewassen zoals bananen worden bedreigd."
"De droogte in Tanzania heeft dit jaar veel te lang aangehouden. Er is geen maïs, geen eten, geen koffie." klonk het sec bij Mapunda Kisuma. "Veel jonge mensen geven de koffieteelt op en verhuizen naar de stad. Ik zie de koffieteelt hier binnen een twintigtal jaar volledig doodbloeden".
Ruth Simba van het African Fair Trade Network ziet hier een belangrijke rol weggelegd voor fair trade: "Door de fairtradestandaarden, waaronder ook milieustandaarden, moedigen we de producenten aan om duurzaam om te gaan met de natuurlijke hulpbronnen. Door de premie kunnen ze investeren in duurzame teeltmethodes die ook meer bestand zijn tegen klimaatverandering. Coöperaties kunnen een belangrijke rol spelen om de boeren hierin op de leiden. In moeilijke tijden investeren boeren de premie prioritair in sociale noden, er zijn dus echt bijkomende middelen nodig om op langere termijn te kunnen werken aan klimaatadaptatie: in stand houden van schaduwteelt, biologische productie, herbebossing en irrigatie."
Of: wie voor de milievriendelijke fairtradekoffie kiest, doet op een lekkere manier iets voor het klimaat!
Blog Action Day is an annual event held every October 15 that unites the world’s bloggers in posting about the same issue on the same day with the aim of sparking discussion around an issue of global importance. Blog Action Day 2009 will be one of the largest-ever social change events on the web.
De globale voedselproductie zal de komende 40 j moeten verdubbelen, willen we 9 miljard mensen voeden, horen we hier. Tegelijk dreigen ecosystemen in elkaar te klappen, en nog nooit waren er zoveel broeikasgassen in onze atmosfeer. De standaardoplossingen tegen klimaatverandering, armoede, verlies aan biodiversiteit voldoen duidelijk niet. In de tientallen presentaties van de verschillende wetenschappelijke onderzoeken wereldwijd, komt duidelijk dezelfde boodschap naar voren: agroforestry kan een oplossing bieden.
Niet alleen ICRAF, maar ook UNEP, het UN milieuagentschap, promoten een globale aanpak van agroforestry. Als het klimaatprobleem voor een groot stuk in de landbouwsector ligt, moeten we er ook de oplossingen zoeken. Daarom spreekt niet zomaar spreekt de voorzitter van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) dr. Rajendra K. Pachauri, dit congres toe. Hoewel de berekeningsmethoden om te bepalen hoeveel koolstof boeren exact uit de atmosfeer halen, nog niet op punt staan, blijkt uit vele onderzoeksprojecten dat multifunctionele duurzame landbouw een goedkoop en efficiënt middel kan zijn. Een UNEP rapport stelt dat de landbouwsector op die manier tegen 2030 klimaatneutraal kan worden gemaakt tegen 2030 terwijl voldoende voedsel wordt geproduceerd voor 9 miljard mensen tegen 2050. Het IPCC schat minstens een miljard hectare landbouwgrond in ontwikkelingslanden geschikt is om er agroforestryprojecten te realiseren.
Wanneer boeren bomen planten, dan is dat om verschillende redenen. Soms worden ze geplant voor hun vruchten. Soms dienen ze als brandstof. Soms beschermen ze andere teelten tegen de wind of tegen erosie. Anderen bakenen goed de kavels af. Vaak gaat het om schaduwbomen. Maar in elk geval zorgen miljoenen bomen er voor dat CO2 in de bodem blijft en zijn ze de habitat voor veel diersoorten. Ze zorgen voor een beter luchtkwaliteit. Door de juiste inheemse bomen te planten, wordt de bodem vruchtbaarder, en meerdere teelten op één kavel betekenen ook extra inkomsten. Kiezen voor duurzame landbouwtechnieken heeft bovendien nog andere voordelen: het maakt landbouwgemeenschappen sterker, de economie van een land wordt gezonder, de biodiversiteit wordt behouden. Een rapport van ICRAF, het World Agroforestry Centre, toont dat wanneer boeren bomen planten, ontbossing wordt tegengegaan en dat kleine producten er economisch voordeel kunnen uithalen.
Tony Simons, deputy directeur-generaal van ICRAF stelt: "If planted systematically on farms, trees could improve the resiliency of farmers by providing them with food and income. When crops and livestock fail, trees often withstand drought conditions and allow people to hold over until the next season." "The future of trees is on farms," besluit dan ook Dennis Garrity, directeur-generaal van ICRAF. "Growing the right tree in the right place on farms in sub-Saharan Africa has the potential to slow climate change, feed more people, and protect the environment."
Red de wereld, plant een boom: het klinkt vertrouwd.
De shuttlebusjes komen ons elke dag vrij vroeg oppikken waardoor we ruim op tijd, eigenlijk veel te vroeg, aankomen op de Conferentie. De terugkeer wordt ook vaak laat gepland. Deze dag snappen we waarom: piekuur betekent file, en files in Nairobi zijn verschrikkelijk.
Deze dag is het zover en belanden we in het veel te drukke wegverkeer. Een bus met pech verspert onze route, en onze chauffeur moet rechtsomkeer maken. Even verderop, aan het rondpunt, zit het verkeer gewoon strop. We kunnen geen meter meer vooruit. Maar dat houdt geen enkele chauffeur tegen om te proberen zijn vehikel tussen twee andere te loodsen. Wordt daarbij een andere auto of bus geraakt, het zal iedereen worst wezen. Ondertussen banen voetgangers zich een weg tussen de nerveus bestuurde auto's. Concepten als 'verkeersstroken', 'zachte weggebruiker' en 'voorrang van rechts' zijn onbestaande. Wie zien vol verbazing hoe het busje naast het onze een andere auto gewoon ramt om vooruit te kunnen komen. In ons busje is het snikheet, maar wanneer de raampjes worden opengedraaid, komt een walm uitlaatgassen ons tegemoet.
Terwijl we de verkeerschaos trachten te overzien, krijgt de situatie een absurd tintje wanneer we de conversatie van drie Afrikaanse congresgangers in onze bus willens nillens moeten aanhoren. Ze praten over hun enorme zin in seks en hoe ze die behoefte invullen. Dat hun libido zo hoog is dat één vrouw onvoldoende is. Hoe ze vrouwen aanpakken. Enzovoort enzoverder, met alle sappige details, te explicitiet om het letterlijk te herhalen. Ze praten Frans en vermoeden waarschijnlijk dat we die taal niet machtig zijn. Na een dik uur vinden we het welletjes. We willen dit eigenlijk niet horen na een lange dag met presentaties over bossen, landbouw, armoedeverlichting en klimaatsverandering. Zo praat je misschien wel met vrienden op café of in de kantine, maar op een UN-busje vol congresgangers, is het gewoonweg genant. "Messieurs" zeg ik vriendelijk in mijn beste Frans, "je comprends assez bien le français". "Ca vous gène?" klinkt het verbaasd. Wanneer ik knik probeert iemand met "On parle de la jeunesse" het gesprek te vergoelijken. Maar ze schakelen toch over op een ander onderwerp.
Sappige verhalen over een onbedwingbaar libido in een bloedheet busje midden in de chaotische avondspits van Nairobi: ze zullen niet in mijn rapport belanden, maar ik ga deze conferentie zeker niet vlug vergeten.
Op dit 2de World Agroforestry Congres worden we ondergedompeld in de wondere wereld van 'agroforestry'. We ontmoeten agronomen en bosbouwers. We praten met onderzoekers die jaren research verrichten op één enkel plantje. Wanneer dan blijkt dat we van dat plantje nog nooit hebben gehoord, levert dat verbaasde blikken op. Maar vooral zullen we de komende dagen de wetenschappelijke onderzoeksresultaten zien van agroforestryprojecten over de hele wereld, en hoe deze voor kleine boeren extra inkomsten kunnen genereren.
Agroforestry is een voor velen onbekende en wat moeilijke term voor een zeer eenvoudige landbouwpraktijk: bosbouw en landbouw worden geïntegreerd. Een goed woord is 'multifunctionele landbouw'. Vaak worden verschillende teelten op dezelfde landbouwkavel gecombineerd ('multicropping'). Of men plant voldoende bomen op het landbouwperceel. Planten hebben namelijk water en licht nodig, maar teveel zon is vaak nefast. Schaduwbomen zijn dan oplossing, en als men kiest voor een goede combinatie van inheemse schaduwbomen en fruitbomen, dan zorgt dat voor extra inkomsten omdat het fruit kan worden verkocht. Verder zorgen goed gekozen schaduwbomen voor een gezonde bodem, en houden ze het water vast. Soms lijken de agroforestry-kavels heuse bossen waarin koffie, groenten, kruiden en fruit worden geteeld, zoals we hebben gezien op Mount Kilimanjaro bij de Chagga.
Veel verschillende teelten op een kavel -diversificatie- is niet alleen ecologisch slim, maar ook economisch een goed idee. Boeren zijnd niet langer afhangen van slechts één teelt voor hun inkomsten. Bij misoogst of een scherpe prijsdaling van de ene teelt, kan men dan nog terugvallen op een andere oogst. Agroforestry is ook belangrijk voor het behoud van de biodiversiteit - en breder het behoud van het natuurlijk kapitaal, waar uiteindelijk alle economieën toch van afhangen. Monocultuur, blijkt nu, is een slechte keuze: grote plantages met slechts één teelt hebben veel pesticiden nodig. Agroforestry is ook een goede techniek om ontbossing en landdegradatie tegen te gaan. Maar vooral kan agroforestry een effectief en goedkoop instrument zijn tegen klimaatverandering.
Maar nog niet iedereen is overtuigd van de noodzaak en de voordelen van agroforestry. Hier op de Conferentie uiteraard wel, maar de wetenschappers zijn er te weinig in geslaagd om hun bevindingen te communiceren naar de politiek en het publiek. Achim Steiner, ondervoorzitter van UNEP, roept in zijn openingsspeech op om onder meer daarom niet te eng gefocust zijn op maatschappelijke of milieudoelen. Hij wil af van het hokjesdenken dat bij velen terug te vinden is. De grootste problemen van vandaag (klimaatsverandering, ontbossing, verwoestijning, waterstress, armoede) zijn met elkaar gelinkt. Zowel degenen die geloven in 'silver bullets' (één simpele oplossing om alle problemen op te lossen) zoals nucleaire energie of ggo's, maar ook degenen die wetenschap en technologie wantrouwen, zorgen enkel voor polariserende debatten. "Sometimes you have to think small to think big." zegt hij, en: "We must take the best of the indigenous, traditional and farmers knowledge, forged over centuries of trial and error, and submit it to empirical, scientific and rigorous evaluation."
De mensen in de straat met wie wij hebben gepraat, erkennen wel het belang van het behoud van bossen en duurzame landbouwtechnieken. Zij voelen dan ook nu de klimaatverandering hard. In Tanzania hoorden we het al van onze gesprekspartners: de ontbossing en de klimaatsverandering veroorzaken droogte en zorgen zo voor mislukte oogsten. Hier in Kenia heeft het sensibiliseringswerk van Wangari Maathai bijgedragen tot dit algemene besef. Met haar Green Belt Movement motiveert de Nobelprijswinnares al sinds drie decennia burgers om inheemse bomen te planten op landbouwgronden van kleine boeren.
Deze straffe madam, een terechte Nobelprijswinnares, verzorgt ook een van de openingsspeeches. Ze benadrukt niet alleen het belang van agroforestry en het opbouwen van kennis, ze weet als geen ander dat de politiek dit moet oppikken. "Environmental challenges facing us requires understanding, decisions and practises that will prevent disasters such as we are experiencing here in Kenya. Science can help, but only leaders can make the decisions that citizens should follow." Ze benadrukt ook de dringendheid van de verschillende problemen. Maar vooral legt ze het verband tussen ecologie en economie: "Without the political will and commitment, not only are we endangering our water systems, biodiversity, tourism and agriculture but also, in not such a distant future, pyrethrum, wheat, tea and coffee will also be crops of the past!"
Een gezonde economie is inderdaad onmogelijk wanneer we het natuurlijk kapitaal vernietigen. Hiermee is de toon van de conferentie is gezet. We zijn benieuwd naar wat de onderzoekers de komende dagen zullen brengen.
Werden we in Moshi wakker gehouden door het lawaai van vrolijke hotelgasten in de bar vlakbij onze kamers, dan worden we in Nairobi op een ontieglijk vroeg uur gewekt door de muziek & gezangen die weerklinken uit de moskee. Die ligt aan de overkant van de straat. Dit wordt het stramien voor de rest van de week.
Religie speelt hier een zeer belangrijke rol in het leven van mensen. Zagen we in Moshi een moskee, verschillende kerkjes van verschillende gezindtes (van katholiek over luthers tot anglicaans) en op Mount Kilimanjaro zelfs een reusachtige kerk, eigenlijk een halve kathedraal, in Nairobi is de religieuze lappendeken nog kleuriger. Ook hier telt de stad ontzettend veel moskeeën en kerken, terwijl op weg naar de UN-gebouwen waar de conferentie plaatsvindt, we dagelijks een heuse hindutempel voorbijrijden.
Er zijn zo'n 15.000 religies in Kenia, leren we van Olivier Deleuze, met wie we later op de dag een afspraak hebben gemaakt. De voormalige Belgische staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling woont en werkt al een aantal jaar in Nairobi voor UNEP, het UN Environmental Programme, en zal ons in contact brengen met interessante organisaties die werken rond duurzaamheid en energie.
Uiteraard brachten de kolonisten hun godsdiensten mee. Maar in een stad als Nairobi waarvan 2 miljoen mensen van de 3 miljoen in de sloppenwijken moeten overleven, die geen job en dus geen vaste inkomsten hebben, het dagelijkse huishouden niet kunnen beredderen wegens geen elektriciteit en stromend water, kortom, die in absolute miserie leven, is religie vaak het enige houvast.
De feiten over armoede zijn onthutstend. Door de ontbossing en de klimaatsverandering volgen de watertekorten elkaar vlug op. Nu stroomt er zelfs in residentiële wijken van Nairobi geen water meer uit de kraan, en wie geen vergaarsysteem heeft, is afhankelijk van de watertankwagen die de wijk één keer per week aandoet, aldus Stephen Karekezi van AFREPREN, een netwerkorganisatie van zo'n 300 onderzoekers die energiestudies verrichten en duurzame energieprojecten uitvoeren.
De waterschaarste betekent hier ook een tekort aan elektriciteit. Kenia wekt immers het grootste gedeelte van zijn stroom op met waterkrachtcentrales. Geen water is dus geen stroom. Wij voelen daar weinig van, omdat de UN-gebouwen uiteraard wel elektriciteit hebben, net als de stadscentra waar veel hotels (en dus toeristen) te vinden zijn. Op het platteland is het nog erger: daar heerst honger en leven de mensen van dag tot dag. Overleven is een beter woord. Een Vlaming die voor een privébedrijf werkt dat in Kenia hardhoutplantages aanplant (hout waarvan wordt verwacht dat de prijs binnen enkele jaren enorm zal stijgen) vertelt dat de werknemers op een gegeven ogenblik een dag te laat werden uitbetaald. Dat was een puur drama voor deze Kenianen, die elke cent broodnodig hebben.
Wannneer men hier hoort dat van het gemiddeld Vlaamse huishoudbudget zo'n 12% naar voedsel gaat, kan men het nauwelijks geloven. Afrikanen moeten 80 à 90% van hun inkomen besteden aan voedsel. Stijgende voedselprijzen zijn hier dus gewoonweg een ramp, zeker omdat er geen enkel sociaal vangnet is voorzien. Voor wie weet dat de voedselcrisis deels werd veroorzaakt door de grotere vraag naar biobrandstoffen door het Westen en door speculatie, en wie inziet dat de klimaatsverandering historisch werd veroorzaakt door de Westerse economieën, is onrechtvaardighed is des te schrijnender.
"Welcome to hell", vat Olivier dan ook de situatie treffend samen.
"Sokolahaki heeft kwaliteitskoffie nodig" horen we van KNCU. Sokolahaki is Swahili voor Fair Trade. De man beseft dat de Westerse consument in de eerste plaats lekkere koffie wil. En hoewel deze coöperatie weliswaar niet de hele productie onder fairtradevoorwaarden vermarkt (19% van de koffieproductie van de boeren aangesloten bij coöperatieve KNCU wordt via Fair Trade verkocht), is het systeem voor hen van levensbelang. Het is immers dankzij de fairtradeprijs, de premium en vooral de voorfinanciering dat ze kunnen investeren in de bedrijfsvoering en in de gemeenschap.
We horen hetzelfde bij John Kagaile van KCU: dankzij Fair Trade kunnen ze andere markten zoals die van de biologische koffie penetreren. De milieustandaarden van biokoffie vergen een lange transitieperiode waarin wel kosten worden gemaakt die echter niet meteen kunnen worden gedekt door een hogere prijs. De Tanzaniaanse overheid voorziet jammer genoeg geen ondersteuning voor die boeren die willen overschakelen. Maar dankzij Fair Trade kunnen ze de overstap naar biologische productie wel maken.
De sociale fairtradepremium is op andere vlakken van groot belang. KNCU heeft de premium onder meer gebruikt om 25 'field officers' aan te stellen. 274 kinderen genieten via een beurs van hoger onderwijs. En verder baat KCNU een boomkwekerij uit. Jammer genoeg (nog) niet een nursery die een grote variëteit van inheemse bomen opkweekt zoals we die eerder hebben bezocht, wel een die koffiestruiken opkweekt en aan een zeer gunstige prijs verkoopt aan de boeren. Ook dat is van groot belang, gezien het drie jaar duurt eer een zaailing is uitgegroeid tot een koffiestruik die bessen oplevert, en veel boeren dergelijke investering gewoon niet aankunnen.
KNCU beseft dat eco-labels nieuwe markten kunnen openen. Maar de vele labels die sinds kort zijn ontstaan, zorgen wel voor kopbrekens voor de coöperaties. Elk label hanteert andere standaarden en komt ter plekke controleren. "Een inspecteur die alle labelstandaarden zou komen controleren, zou voor ons een pak handiger zijn", stelt KNCU. Ik vrees echter dat dit idee moeilijk in de praktijk kan worden omgezet. Wel bekijkt men momenteel of en hoe het biologische label en het FLO-Fairtradelabel (in België kennen we dit onder de naam 'Max Havelaar') meer naar elkaar kunnen toegroeien.
De boeren die FLO-gecertificeerd zijn worden via hun coöperaties in elk geval gesteund door AFN - het African Fairtrade Network. Zij stimuleren zoveel mogelijk boeren om het FLO-certificaat te halen en ook te behouden eens gecertificeerd. Van Ruth Simba, een schitterende naam voor een straffe madam (Simba is Swahili voor leeuw), leren we dat er grote verschillen zijn tussen Afrikaanse regio's. Zo telt men in Zuidelijk Afrika veel plantages. Via Fair Trade is er de zekerheid dat de arbeiders onder goede omstandigheden tewerkgesteld worden. De andere regio's worden gekenmerkt door de vele kleine boeren - smallholder producers.
Het AFN heeft met Ruth als nieuwe coördinator stappen vooruit gezet, vooral op vlak van lobby. Zo heeft AFN een overeenkomst met de Moshi Cooperatives en Business University om Fair Trade op te nemen in het curriculum. Zo ver staan we nog niet eens in België! Enkele undergraduate studenten doen onderzoek naar de impact van Fair Trade. Met Co-op Africa, een onderdeel van de ILO (de Internationale Arbeidsorganisatie) hebben ze de deal dat deze organisatie in elke vergadering Fair Trade promoot.
AFN heeft ook al stappen gezet in lokale vermarkting van Fair Trade. Nu hangen de producenten teveel af van de Westerse marktvraag. Er wordt wel nog gezocht naar producten voor de Afrikaanse markt. Het fairtrade-aanbod is teveel gericht op de Westerse consument; zelfs in koffieproducerende landen blijkt de vraag naar koffie niet zo hoog. Maïsmeel daarentegen is wel gegeerd. We horen van Ruth dat onder alvast Pretoria en Accra zich hebben ingeschreven in de Fair Trade Towns Campaign. Dit wordt vast de start van meer Zuid-Zuidhandel.
Vooraleer we deelnemen aan het 2de World Agroforestry Congres in Nairobi, Kenia, ondernemen we enkele safari's. Geen toeristische uitstapjes per jeep naar een wildpark om giraffen en leeuwen te bekijken. We willen praten met boerenfamilies over hun werk en leven, en we willen meer inzicht krijgen in hoe koffie wordt geteeld en verwerkt. Onze gidsende chauffeur begrijpt goed wat we willen zien: het verschil tussen een grote koffieplantage (dus monocultuur) en de schaduwteelt door de kleine koffieboeren (dus meer biodiversiteit), de boomkap op Mount Kilimanjaro en de gevolgen van de droogte op de landbouw.
De safari start met een bezoek aan een inheemse boomkwekerij. Het is geen privé-initiatief maar een gemeenschapsproject. De 'tree nursery' is ook een waterconserveringsproject en een papiermakerij. Het papier wordt van bananbladeren gemaakt en enkele artiesten maken er kunstwerkjes van die aan toeristen worden verkocht.
De boomkweek is een openbaring. De 15 werknemers telen er zo'n 70 inheemse bomen die worden verkocht, maar ook worden verdeeld onder de boeren afkomstig van de dorpen die aan de basis lagen van de oprichting van boomkwekerij. Samweli Mochiwa, de manager, leert ons dat albizia niet alleen een goede schaduwboom is voor de koffiestruik maar dat de afgevallen blaadjes de perfecte bemesting zijn, dat ficus het water goed vasthoudt, en dat de blaadjes van de baobab veel vitaminen bevat. Wat verderop merken we bijenkasten op. Ik ben meteen op mijn hoede, want bij een bezoek aan een Palestijns bijenteeltproject begin dit jaar resulteerde in een pijnlijke bijensteek op enkele millimeters van mijn oog. Het gevaar vandaag beperkt zich tot een groot en gevaarlijk uitziend insect dat het op mijn knalroze rugzakje heeft gemunt. De vele vlinders zijn fijner om naar te kijken.
De tree nursery omvat ook een waterconserveringsproject. Even verderop krijgen we inderdaad het watervergaarbekken te zien. 's Zomers smelt er sneeuw op de top van de Kilimanjaro, en dat voorziet de berghelling -en normaal gezien de lager gelegen regio- van water. Het water van dit vergaarbekken wordt via een 105 km lang buizensysteem tot bij zo'n 40.00 boeren in 12 dorpen vervoerd, voor huishoudelijk gebruik. De plas water lijkt ons toch erg weinig om zoveel mensen van water te voorzien. Normaal gezien bevat het bekken meer water, maar door de klimaatsverandering ligt er steeds minder sneeuw op de bergtop, en minder sneeuw betekent dus minder water.
De trip gaat verder met een rit door een koffieplantage. Een reusachtige plantage, zien we al gauw. De koffiestruiken op de hellingen lijken van ver een beetje op Franse wijngaarden. Werknemers worden tot hier gebracht voor de koffiebessenpluk. Op slechts enkele plekken zien we schaduwbomen staan. Dit is duidelijk niet het voorbeeld van boskoffie dat we voor ogen hadden - integendeel. De chauffeur legt uit dat de gele vlag die we af en toe opmerken, een teken is dat die koffiestruiken ziek zijn. Hij legt ook dat er wordt gesproeid. Tot onze verbijstering lopen hier mensen op slippers tussen de gespoten struiken. Nog erger, sommigen wonen vlakbij delen van de plantage, zonder enige bufferzone.
De trip gaat nu hoger, naar enkele villages waar boeren wonen en werken. Het verschil met de plantage kon niet groter zijn, en al gauw beseffen we dat 'kleine koffieboer' en 'familiale landbouw' letterlijk te nemen zijn: de lapjes grond zijn maar een halve acre groot, tussen de bananenbomen en groenten zien we kriskras koffiestruiken staan, en het hele gezin helpt mee met de werkzaamheden. Eerder liepen we een marktje in Moshi waar we wat verbaasd waren over het zeer gediversifieerde aanbod aan groenten en fruit: tomaten, uien, mango's, papaya, wortelen, casava's, meloenen, en heel wat andere soorten die ik niet (her)ken. Ik leer nu dat dit fruit en de groenten door de vrouwen wordt geteeld. Wat niet voor eigen gebruik is, wordt vermarkt. Ze brengen de oogst zo'n 20 km te voet naar de stad gebracht waar ze die tot 's avonds trachten te verkopen op de markt. Ik kan maar moeilijk mijn ogen geloven als ik de vrouwen zware vrachten gewoon op hun hoofd dragen. Het begint me ook te dagen dat het cliché dat vrouwen hier instaan voor het zwaarste en meeste werk, klopt.
Ondanks het aanbod op de markt, beseffen nu we maar al te goed dat de deze mensen dag in dat uit bezig met het bijeenschrapen van schamele inkomsten. De stukjes land lijken te klein om te kunnen spreken van een zeer productieve koffieteelt. Het erfrecht is de oorzaak: de in oorsprong grote stukken land worden verdeeld onder de kinderen. Die bouwen daar meteen een huis op, en iedereen kan naar goeddunken boeren zoals hij of zij het verkiest. De lapjes grond zijn echter ondertussen zo klein, dat de opbrengst navenant is, en onmogelijk voor voldoende inkomen kan zorgen. En door de dalende koffieprijzen en het vele werk dat de koffieteelt vergt (het duurt drie jaar van zaailing tot koffieplant met bessen) durven sommige boeren hun koffieplanten verwaarlozen, of schakelen ze over op 'gemakkelijker' teelten zoals mais. Sommige lapjes grond zijn zelfs volledig kaalgekapt en omgeturnd tot maisveldjes.
De chauffeur brengt ons verder de berg op. Het laatste stuk doen we te voet. Het is een steile klim. Onderweg komen we heel wat Kilimanjaro-bewoners tegen. Telkens krijgen we een vriendelijk 'karibu' gewenst. Aan de ingang van het nationaal natuurpark krijg ik iets vreemd te zien: een groot bord adverteert dat je hier ook met Visa kan betalen. Voor mij is het zo hoog op de Mount absurd, maar het blijkt te gaan om de faciliteiten voor de mensen die de berg hebben beklommen. Toiletten, rustbanken, drinkwater: alles is voorzien voor de toeristen die er een klimtocht van 7 dagen hebben opzitten. Enkele mannen brengen rugzakken in gereedheid. Toerisme is duidelijk een belangrijke economische pijler.
Op de terugweg wijst onze gids ons op een rivierbedding. Normaal gezien staat het water aan de rivier veel hoger, maar ook dat lijkt steeds meer tot het verleden te behoren. De landbouw lijdt er nu al onder, en ik vraag me af of toerisme ook zal afkalven als de eens eeuwige sneeuw op Mount Kilimanjaro enkel nog op foto's zal te zien zijn. Onze safari sterkt ons wel in de overtuiging dat we moeten blijven lobbyen voor extra middelen om die boeren te belonen die blijven kiezen voor milieuvriendelijke schaduwteelt. Benieuwd of de Conferentie ons nog meer argumenten zal aanreiken.
Wanneer er onaangekondigd een ontmoeting met de Raad van Bestuur op de agenda staat, word ik even apart genomen. Of ik mijn schouders wil bedekken, en eigenlijk ook mijn decolleté, want oude mannen zijn zoiets niet gewend. Even vloek ik op mijn collega's, die mijn vraag over welke kledij ik moest meenemen wat meewarig beantwoordden; mijn alledaagse outfit zou ruimschoots voldoen. Maar ik vind het voorval in de eerste plaats erg grappig. Gelukkkig heb ik een shirt met lange mouwen mee.
Fair trade zorgt voor meer evenwicht tussen mannen en vrouwen, maar er is toch nog veel werk aan de winkel. We merkten immers ook al in onze contacten dat men niet gewend is met vrouwen te praten, te onderhandelen. Soms schrikt men gewoon als het bezoek van Oxfam Wereldwinkels twee vrouwen blijken te zijn die interesse hebben in de koffieteelt, de koffiefabriek, en hoe men het lobbywerk aanpakt. Tijdens ons bezoek aan boerenfamilies stelde onze gids van KNCU ook met de nodige ironie "dat na al die fairtradecriteria, de criteria van biologische landbouw men nu ook al het concept 'gender balance' wil introduceren."
Ons man/vrouwbeeld wordt gelukkig op tijd bijgespijkerd. "Je kan niet koken met minder dan drie stenen" leer ik hier. Vooraleer een meisje gaat trouwen, wordt ze door haar mama en tantes eerst apart genomen zodat ze haar kunnen uitleggen wat van je verwacht wordt als getrouwde vrouw. Maar ook hoe je met mannen moet omgaan. Traditioneel kookt men de maatlijden op een houtvuurtje, maar om de kookpotten in evenwicht te houden, heeft men drie stenen nodig om de kookpot voldoende ondersteuning te bieden. En volgens de vrouwenwijsheid hier zijn mannen zoals die kookstenen: je hebt er minstens drie nodig wil je het goed doen. We liggen plat van het lachen. We dachten immers dat het er hier net omgekeerd aan toe ging.
Sinds we merkten dat het meeste, zware werk op vrouwenschouders terecht komt, beseffen we wel dat veel oplossingen van vrouwen zullen komen. Dat zal worden bevestigd op de Conferentie, als Wangaari Maathai de openingsspeech zal verzorgen. In elk geval zorgt KNCU er ook voor dat efficiënter en moderner kookstoven worden verdeeld. "You need only half the amount of wood if you use a fuel saving stove compared to the traditional three stone stove" zegt de FAO, lees ik later ook in een brochure. Er is namelijk niet alleen veel boomkap om velden om te turnen in maisveld, of om een huis te bouwen. Veel van het hout is gewoon nodig voor dagelijks gebruik als koken. Soms is zo een eenvoudige maatregel voldoende om verandering te brengen. Maar ik hoop wel dat de vrouwenwijsheid over de drie stenen niet zo vlug verdwijnt.
Ik ben een echte koffieleut: ik word pas echt wakker na twee-drie koppen koffie en het eerste wat ik doe wanneer ik aankom op de werkplek, is me een grote mok koffie inschenken. De dag kom ik door met, jawel koffie, en niets is heerlijker dan hete koffie na het avondeten.
Koffie is ook een geliefde drank in Moshi, onze stad voor de komende vier werkdagen. Bij elke meeting krijgen we lekkere hete koffie ingeschonken. Tijdens een geanimeerd gesprek met John Kanjagaile krijg ik koffie met verse gember voorgeschoteld. Een overheerlijke combinatie, zo blijkt, en ik weet nu al dat ik terug in België die meteen ga uitproberen. John is voorzitter van het East African Fair Trade Network (EAFN) en export manager van de Kagera Coopartieve Union (KCU). KCU vermarkt biologische fairtradekoffie en is partner van Oxfam Wereldwinkels. We praten over de doelstellingen van EAFN en hoe ze proberen lobbywerk op poten te zetten.
Johns kantoor is gelegen in het Kahawa House, het koffiehuis. Het gebouw herbergt de Coffee Board van Tanzania en ook de in principe wekeljkse coffee auction vindt in het Kahawa House plaats. Jammer genoeg kunnen we geen veiling meemaken, want het is vakantieperiode. De eerstvolgende veiling vindt pas over twee weken plaats.
Wel op het programma staat een bezoek aan de Tanganyika Coffee Curing Corporation. We krijgen een deskundige rondleiding door Felix Ole Ndukai, algemeen directeur. De fabriek is gebouwd in 1920 en werd door Japan geschonken aan de Tanzaniaanse overheid. Vandaag is ze in handen van de Kilimanjaro Native Cooperative Union (KNCU). KNCU is eveneens een koffiepartner van Oxfam Wereldwinkels.
De fabriek kampt vandaag met enkele grote problemen: ze is veel te groot en draait dus niet efficiënt, en de machines zijn verouderd en alles behalve energie-efficiënt. De overcapaciteit is veroorzaakt omdat de fabriek is berekend op de totale koffieproductie van 50.000 ton - de productie van het hele land. Maar sinds de liberalisering in 1989, met het opblazen van de International Coffee Agreement, zijn nieuwe fabrieken opgericht.
Bovendien daalt de totale koffieproductie. Die daling heeft verschillende oorzaken: door de liberalisering jojo-en koffieprijzen op en neer, maar op langere termijn dalen ze. Vaak dekt de prijs de kosten van de boer niet, en dus schakelen die over op andere teelten, of ze verwaarlozen hun teelt. Dat heeft invloed op de kwaliteit, wat ook weer de prijs doet dalen. Recent komen daar de extremere weersomstandigheden bij, gevolg van onder meer klimaatsverandering.
Bij de verwerking worden de husks -de gele pellekes rond de boon- gescheiden van de koffieboon. Deze husks worden vandaag verkocht aan een suikerfabriek verderop, die ze verwerkt tot biomassa en zo elektriciteit opwekt. Volgens Felix kunnen ze zelfs surplusstroom aan het net leveren. Felix wil de husks zelf verwerken tot briketten, om zo zelf stroom te kunnen opwekken. Nu moet de fabriek stroom afnemen van de nationale grid. Bij voldoende productie zouden ze die willen leveren aan de families van de koffieboeren, voor huishoudelijk gebruik. Dat zou bij die families alvast kunnen leiden tot minder houtkap. Het is een idee dat op technische en commerciële haalbaarheid is onderzocht, maar na een mislukt experiment ligt het stil. We willen helpen zoeken naar onderzoekers die de studie kunnen actualiseren. De studie nemen we alvast mee naar Nairobi, waar we afspraken hebben met energie-experten. Misschien kent het idee dan wel een succesvol vervolg.
De rondleiding is fascinerend: het is een immens gebouw maar veel ruimte is dus onbenut. Een noodgenerator op diesel van 500 KVA staat klaar bij stroomuitval, terwijl de husks worden verkocht aan een suikerfabriek die zo biomassastroom levert aan het net. In de fabriek merken we plots een spoorlijn op. Vroeger werd de koffie getransporteerd per spoor. Maar de spoorwegen zijn niet langer in overheidshanden. Een Indiase firma deelt nu de lakens uit in een PPS-constructie met de overheid. Een en ander maakt blijkbaar dat het spoor niet efficiënt meer werkt. De laatste koffietrein reed uit in 1998. Een eigen wagenpark behoort wegens de kostprijs ook niet meer tot de mogelijkheden van coops zoals KNCU. Daarom wordt de koffie naar de haven vervoerd met gehuurde trucks. Jammer, want zo heeft men de duurzaamheid van het transport niet meer in de hand.
Na de rondleiding krijgen we nog elk een pakje mee. Terug in het hotel ontdekken we de inhoud. "TanCafe - Pure Tanzania Coffee" lees ik op het mooie blik met plaatjes van Mount Kilimanjaro, een giraf en een luipaard. Ik verheug me nu al op de komende weken in België: dat wordt 's morgens overheerlijk wakker worden met hete kahawa.
Volgens een nieuw Oxfamrapport “Hang Together or Separately?”, gelanceerd op de VN-top in Bonn, kunnen alleen de rijke landen de impasse doorbreken die de klimaatonderhandelingen verlamt en zo de wereld van een klimaatramp behoeden.
De rijke landen hebben een dubbele verantwoordelijkheid: 1) de uitstoot in eigen land verminderen 2) de reductieprogramma’s van arme landen financieren om zo tot een eerlijk en veilig klimaatakkoord te kunnen komen.
Een eerlijk aandeel Uit wetenschappelijke studies blijkt dat we de jaarlijkse wereldwijde CO2-uitstoot tegen 2020 moeten terugdringen tot het niveau van 1990 of lager. Volgens Oxfam moet ongeveer de helft van die reductie tot stand komen door de oprichting van een ‘Globaal verminderings- en financieringsmechanisme’ dat de arme landen van de nodige steun voorziet om hun uitstoot te beperken.
Tegen 2020 moeten rijke landen hun gezamenlijke uitstoot met minstens 40% verminderen en het grootste deel daarvan moet in de landen zelf gerealiseerd worden. Het Oxfamrapport “Hang Together or Separately?” geeft exact weer met hoeveel procent elk land zijn uitstoot moet verminderen om dit doel te bereiken. Het toont aan dat geen enkel rijk land nog maar in de buurt komt van die beoogde vermindering.
Oxfam biedt uitweg uit impasse In december wordt er in een Kopenhagen een overeenkomst over een wereldwijd klimaatakkoord verwacht, maar de onderhandelingen vorderen aan een slakkengangetje.“Hang Together or Separately?” geeft een oplossing voor twee hevige discussiepunten die de onderhandelingen kunnen maken of kraken – wie moet zijn uitstoot verminderen en wie moet betalen?
Rijke landen zijn verantwoordelijk voor drie kwart van de CO2-uitstoot in de atmosfeer maar het zijn de armste mensen in de wereld die het eerst en het hardst geraakt worden door de klimaatverandering. In Afrika beïnvloedt de gewijzigde regenval nu al de voedselproductie en zorgen de stijgende temperaturen voor een snellere verspreiding van ziektes.
Een dubbele verplichting “De impasse in de klimaatonderhandelingen moet doorbroken worden als we enige hoop willen hebben op het vermijden van een menselijke catastrofe”, zegt Jeremy Hobbs, directeur van Oxfam International. “Rijke landen hebben ons in deze miserie gestort en zij hebben het geld en de technologie om ons eruit te krijgen. Dat geeft hen een dubbele verplichting – hun uitstoot drastisch verminderen in eigen land en geld voorzien voor arme landen om ook hun uitstoot te verminderen.”
Het ‘Globale verminderings- en financieringsmechanisme’ zou het geld van de verkoop van emissierechten gebruiken voor de broodnodige hulp aan ontwikkelingslanden. De armste landen in de wereld zoals Oeganda en India zouden 100 procent krijgen van het budget dat ze nodig hebben om tot een ontwikkelingmodel te komen met een lage CO2-uitstoot. Meer ontwikkelde economieën zoals Brazilië en China zouden zelf een deel van de kosten moeten financieren, afhankelijk van hun economische capaciteiten.
“Oxfam schat dat er elk jaar minstens 150 miljard dollar nodig is om zowel de aanpassingen als de beperkingen in uitstoot in ontwikkelingslanden te financieren. Dit is een relatief klein bedrag in vergelijking met de kosten die niks doen met zich meebrengt – die kunnen volgens de econoom Nicolas Stern oplopen van 5 tot 20 procent van het globale BNP – en dat is ‘peanuts’ vergeleken met de miljarden dollars die in de noodlijdende bankensector geïnvesteerd werden”, zegt Hobbs.
Rijke landen falen Vele ontwikkelingslanden hebben al belangrijke stappen gezet om hun uitstoot te verminderen en hebben zich bereid getoond om verdere acties te bespreken – op voorwaarde dat rijke landen financiële en technologische ondersteuning geven. Mexico bijvoorbeeld heeft zich al geëngageerd om zijn uitstoot tegen 2050 met de helft te verminderen en China is de wereldleider op het vlak van investeringen in hernieuwbare energie.
“De uitstoot moet wereldwijd verminderden, maar alleen de rijke landen hebben hier de middelen voor. Alle rijke landen, zonder uitzondering, falen in hun verplichting om hun burgers te beschermen tegen een catastrofale klimaatverandering. Nu reageren zal geld en levens redden”, besluit Hobbs.
Op zondag 7 juni 2009 zijn het regionale en Europese verkiezingen, en dat zullen we geweten hebben: stemtesten, verkiezingsshows en partijprogramma's worden ons om de oren geslagen. Heb je niet genoeg aan soundbytes, strategisch uitgesproken quotes van 16 seconden en zorgvuldig geplande 'debatten', maar zijn anderzijds dikke partijprogramma's, green deals, durfplannen en boeken van Guy Verhofstadt ook niet te doorploegen, dan kan je gelukkig wel terecht bij alerte ngo's die voor specifieke thema's de partijen en politici hebben bevraagd.
Zo vroeg Greenpeace zich af onze stem zal helpen voorkomen dat het klimaat ontspoort. En MO* vroeg zich af hoe groen de Antwerpse lijsttrekkers zijn. Ook Oxfam-Wereldwinkels peilde naar de voornemens van de kandidaten. Alle democratische partijen werden bevraagd naar hun engagementen voor eerlijker handelsverhoudingen algemeen, en fair trade in het bijzonder. We vroegen aan kandidaten om aan te geven hoe fair ze zijn, en of ze van fair trade werk willen maken eens ze zijn verkozen in het Vlaamse of Europese parlement.
Dit deden we aan de hand van vier engagementen: 1. Ik zal in het Vlaams Parlement ijveren voor een coherent kader voor Vlaamse bedrijven dat duurzaam internationaal ondernemen bevordert. 2. Ik zal in het Vlaams Parlement maatregelen ondersteunen opdat Vlaanderen zich fairtraderegio kan noemen. 3. Ik zal erop toezien dat het beleid van de Vlaamse regering op elk vlak rekening houdt met de normen van de Internationale ArbeidsOrganisatie, en specifieke aandacht besteedt aan kinderarbeid in de producerende landen. 4. Als Vlaams parlementslid zal ik ijveren voor meer aandacht, transparantie en controle rond de inbreng van de Vlaamse regering in de Europese besluitvorming rond de thema's handel, landbouw en klimaat.
Het aantal klimaatslachtoffers zal binnen zes jaar wereldwijd zijn gestegen van 133 miljoen in 1988 tot 375 miljoen mensen, of een stijging met 54%. Hierin zijn slachtoffers van andere rampen, zoals oorlogen, aardbevingen of vulkaanuitbarstingen niet meegeteld. Deze ontstellende cijfers staan in een rapport van Oxfam "The Right to survive" dat gisteren werd gelanceerd. Om deze voorspelling te maken gebruikte Oxfam de gegevens van 6.500 klimaatgerelateerde rampen sinds 1980 van het Centre for Research on the Epidemiology of Disasters (CRED) van de Universiteit in Leuven.
Meer rampen, dat betekent meer noodhulp. Volgens Oxfam moeten de jaarlijkse internationale uitgaven aan noodhulp stijgen van 14,2 miljard dollar in 2006 tot minstens 25 miljard per jaar. Of: 50 dollar (40 euro) per getroffen persoon. Die stijging is echter nog steeds volstrekt onvoldoende om in de basisbehoeften van slachtoffers te voorzien. Daarom roept Oxfam rijke landen op om 50 miljard vrij te maken voor hulp aan toekomstige slachtoffers van klimaatrampen.
Dergelijke hulp is nodig maar ook effectief. Zo heeft Bangladesh na de supercycloon uit 1972 met een kwart miljoen dodelijke slachtoffers, veel geld stopt in preventie en bescherming tegen weerrampen. Sindsdien blijft het aantal doden door supercyclonen in Bangladesh onder de 10.000. Deze ervaringen tonen aan dat met voldoende hulp zelfs de armste landen hun burgers beter kunnen beschermen.
50 miljard is trouwens een schijntje, vergeleken met de 2.300 miljard die de Europese landen in 2008 beschikbaar stelden voor de in een diepe crisis geraakte financiële sector.
De oplossing van het klimaatprobleem ligt duidelijk in handen van de politiek.
Ten tijde van de eerste satellietfoto's van de ijsplaat bedroeg deze strook nog 40 kilometer. In 1950 was de strook nog 100 km breed.
De jongste jaren verdwenen al enkele andere enorme ijsplaten aan de Zuidpool, zoals de Prince Gustav Channel, Larsen Inlet, Larsen A, Wordie, Muller en de Jones Shelf. Het strafst was de Larsen B Shelf. Die verdween in 2002 volledig in zee, en dit in amper 30 dagen. Uit sedimentonderzoek is gebleken dat de ijsplaten meer dan 10.000 jaar oud waren.
De rapporten van het IPCC houden tot nog toe geen rekening met een mogelijk versneld bewegen van gletsjers op Antarctica. Klimaatsceptici stelden ook dat het in het gebied net kouder werd, en grepen dit aan als bewijs dat global warming een mythe zou zijn. Quod non.
Mocht de gehele West-Antarctische ijskap in zee verdwijnen, dan stijgen wereldwijd de oceanen met 5-6 meter. Dit is voldoende om bijna geheel Nederland onder water te zetten.
Hoog tijd om de schijnwerpers te richten op het klimaat, milieu en ecologie, dacht Boek.be, de organisator van de jaarlijkse Boekenbeurs. Gaat de wereld om zeep? Hoe erg is het gesteld met de vervuiling en het gat in de ozonlaag? Maar vooral: wat kunnen we er zelf aan doen?
Op dinsdag 11 november kom je het te weten, in debatten, toneelvoorstellingen en interviews.
Don Kyoto trekt ten strijde. Als de groene ridder Don Kyoto neemt Dimitri Leue het op voor het milieu en trekt ten strijde voor meer windmolens. Hij komt speciaal met zijn fiets naar de Boekenbeurs om ons van zijn aanklacht tegen onze consumptiemaatschappij te overtuigen. (11u, blauwe zaal, vanaf 10 j).
Groen zijn is hip! Milieubewust leven houdt allang niet meer in dat je geitenwollen sokken draagt. Machteld Stilting (van Hip is groen) en Lisette Kreischer (auteur van Veggie in pumps) tonen je de weg naar een ecofabulous leven. Martine Prenen luistert geboeid toe. (11u30, gele zaal)
Planeet op drift? Oscar Vanderborght geeft u een inzicht in de werkwijze van de ingrijpende veranderingen van onze leefomgeving, in het hoe en waarom, in de gevaren en gevolgen, in de mogelijke oplossingen en de te nemen voorzorgen. (11u30, oranje zaal)
Van eiland tot wereld. Hoe staat het met onze wereld? Hoe kunnen we hem beter maken? VRT-journalist Dirk Barrez ('Van eiland tot wereld') stelt u een programma voor een menselijke samenleving voor en heeft 102 concrete suggesties. Utopisch of gewoon haalbaar? (12u, blauwe zaal)
Duurzaam leven. Een levensstijl nastreven die niet ten koste gaat van toekomstige generaties ligt binnen handbereik. Wat zijn de ecologische dilemma’s? En wat zijn de alternatieven? Niko Roorda legt het in klare taal uit en stimuleert ons om buiten de gebaande paden te denken. (13u, blauwe zaal)
Vogels zijn het beschermen waard. Vooral vogels geven als geen andere diergroep de toestand van natuur en milieu aan. Vogelbescherming Vlaanderen zet zich in voor alle in het wild levende vogels en inheemse zoogdieren. Directeur Jan Rodts geeft een boeiende voordracht over de activiteiten van zijn vereniging.(13u30, gele zaal)
Duurzame ontwikkeling. Het is hoog tijd om het tij te keren. Aviel Verbruggen, energie- en milieu-econoom en auteur van De ware energiefactuur, en Geert Noels, hoofdeconooom van Petercam en auteur van Econoshock, praten met An Goovaerts over de teloorgang van ons klimaat en de economische schokken die onze wereld fundamenteel zullen veranderen. (14u, blauwe zaal)
In 2000 kwam een kleine groep academici, politieke leiders en kunstenaars uit een twaalftal landen bij elkaar om een actieprogramma op te stellen dat het belang van ‘global interdependence’ onder de aandacht moest brengen. 9/11 gaf die inspanningen een tragische impuls en de groep besloot om 12 september, ‘the day after’, uit te roepen tot Interdependence Day (dag van de onderlinge afhankelijkheid). Het Interdependence Day Forum is een driedaagse, internationale conferentie waarop een groep nationale en internationale academici, politici, NGO-mensen, kunstenaars, journalisten en anderen debatteren over globale en lokale problemen en vooral: hoe die onderling verweven zijn.
We leven immers steeds meer in één wereld, in één mondiale, postnationale samenleving, en wij zijn allen onderling afhankelijk. De uitdagingen die we in onze straten en wijken vandaag ervaren, zijn globaal (vervuiling, migratie, flexibilisering, criminaliteit, klimaatverandering, technologie, vermarkting, volksgezondheid). Maar de bestaande instituties waarop we vandaag nog vertrouwen zitten opgesloten in een verouderde logica: die van onafhankelijkheid. In een interafhankelijke wereld zonder grenzen, hebben we ook burgers zonder grenzen nodig, democratie zonder grenzen. We moeten de democratie globaliseren en de globalisering democratiseren.
Na Philadelphia, Rome, Parijs, Casablanca en Mexico City wordt Interdependence Day in Brussel georganiseerd, bij uitstek een gedeelde stad een in een verdeeld land. De stad telt belangrijke organisaties op haar grondgebied (Europees Parlement, Europese Commissie, de NAVO) maar is tegelijk bi-nationaal en multicultureel. Het Kaaitheater is gastheer voor het forum en werkt hiervoor samen met een hele reeks Brusselse partners.
Het subthema is The City as Commons in a Divided World, de stad als een gedeelde plek in een verdeelde wereld. Samen met de globalisering waarbij natiestaten aan invloed en macht verliezen, worden lokalisering en regionalisering belangrijk. De huidige neoliberale globalisering schept overal sociale onrust en ongelijkheid. De stad wordt hierbij steeds duidelijker een belangrijk knooppunt van politieke en sociale wederopbouw, en kan helpen opnieuw grip te krijgen op de werkelijkheid.
Gisteren ben ik gaan luisteren naar het openingsdebat op Interdepence Day in het Kaaitheater. Het was een mooi en heel divers panel gisteren: Benjamin Barber, Eric Corijn, Anne Teresa De Keersmaeker, Lord Bhikhu Parekh en Naema Tahir. De thema's zelf waren op zich ook ontzettend (het project zelf, Brussel, voedingsgewoonten & geïndustrialiseerde landbouw, identiteit, en emancipatie van moslimvrouwen), maar waren net daardoor mooie illustraties van hoe we allen onderling afhankelijk zijn: van onze omgeving, ons lijf, onze woonplaats, onze familie.
Het forum loopt nog tot 12 september. De debatten zijn gratis.
Vorige zondag zakten zo'n 6.000 klimaatfiguranten af naar het Klein Strand in Oostende, voor de opnames van 'SOS Klimaat'.
's Morgens leek het even of het event (letterlijk) in het water zou vallen, maar tegen de middag was de zon ook van de partij. Nic Balthazar leidde alles in goede banen. Op zijn aanwijzigingen vormden de duizenden mensen letters en dus slogans. Andere scenes werden opgenomen met Michaël Pas, Ann Miller, Herr Seele en Bente De Graeve. De hele dag konden we ook genieten van DJ-sets van Flip Kowlier ft Gabriël Rios, Axel Daeseleire, Adriaan Van den Hoof en Zohra.
Alles zal nog worden gemonteerd tot een knappe klimaatclip. Die wordt op YouTube gegooid en gemaild naar politici hier maar ook wereldwijd. 'Act now' is de boodschap. Doe eindelijk iets tegen klimaatverandering. De tijd dringt - volgens wetenschappers rest ons nog 4 à 10 jaar om te kiezen voor een olie-arme economie, meer energie-efficiëntie, en eerlijke verdeling van zuivere lucht en een proper milieu.
De klimaatclip werd gedraaid op vraag van Friends of the Earth, in het kader van hun Big Ask. Dat is een campagne die pleit voor een sterke, bindende klimaatwet, die ons land verplicht tot jaarlijkse vermindering van de CO2-uitstoot.
Dit was niet mogelijk zonder de steun van vriendelijke sponsors. Een hele dikke merci ook aan alle figuranten, de vrijwilligers, maar absoluut ook aan Nic Balthazar & crew, Michaël Pas, Ann Miller, Herr Seele en Bente De Graeve, Flip Kowlier, Gabriël Rios, Axel Daeseleire, Adriaan Van den Hoof en Zohra: allen hebben ze een hele zondag gratis en voor niks gewerkt!
An Inconvenient Truth van klimaatgoeroe Al Gore is de perfecte presentatie. Het is met die slideshow waarmee hij de hele wereld rondreisde om zijn klimaatverhaal te vertellen. Zo'n 2.000 keer heeft zijn verhaal verteld.
Hij heeft nu een nieuwe, geüpdate versie klaar. Die heeft hij tijdens de TEDTalks voor het eerst getoond. 'CSI: Climate' noemt hij zijn grafieken (climate crime scene investigation).
Het is geen optimistisch verhaal, de klimaatverandering gaat immers een pak sneller dan ooit verwacht. Tegelijk zijn de Amerikaanse media er totaal niet mee bezig. Evenmin ziet hij het besef van de "sense of urgency" bij politici. Hij roept hen op om eindelijk leiderschap te laten zien, en te starten met een ambitieus klimaatbeleid. Hij pleit voor een CO2-taks (in ruil voor lagere arbeidslasten) en structurele steun voor hernieuwbare energie als delen van de oplossing.
Geld voor een klimaatbeleid is er, argumenteert een heel bevlogen Gore: mochten de uitgaven van 1 week oorlog in Irak worden besteed aan klimaatmaatregelen, de VS zouden er vandaag anders uitzien, stelt hij.
Deze tekst verscheen op vrijdag 7 maart op de website van Oxfam-Wereldwinkels, naar aanleiding van de conferentie "klimaat en ontwikkelingssamenwerking", georganiseerd door minister Charles Michel.
Vandaag buigen specialisten zich over de klimaatcrisis tijdens een groots opgezette academische conferentie in Brussel. Niets nieuws? Toch wel: het is een initiatief van minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel (MR), en dus wordt in ons land voor het eerst met een “ontwikkelingsbril” gekeken naar de klimaatproblematiek. Terecht, want de armste mensen uit de armste landen zullen het zwaarst worden getroffen door de gevolgen van de klimaatcrisis, bleek uit het jongste rapport van het VN-klimaatpanel en Nobelprijswinnaar voor de Vrede IPCC.
De meest kwetsbare mensen in het Zuiden, het merendeel landbouwers, zijn immers afhankelijk van hun natuurlijke omgeving om te overleven. In Afrika zullen vruchtbare landbouwgronden verdwijnen. De opbrengst van de landbouw zal tegen 2020 in sommige landen met de helft dalen. En bij een globale temperatuurstijging van 2°C zullen zo’n 3,5 miljard mensen geen of weinig toegang hebben tot water. Cynisch voor wie beseft dat rijke industrielanden verantwoordelijk zijn voor 80 procent van de totale CO2-uitstoot. Europa is goed voor 38 procent, terwijl India instaat voor slechts 2 procent en China voor 8 procent.
De druk op deze nieuwe groeistaten om een klimaatbeleid te voeren, groeit. Een verdere stijging van de globale CO2-uitstoot tussen 2000 en 2030 zal inderdaad vooral van landen als China en India komen. Maar wie de uitstoot per inwoner bekijkt, stelt vast dat de CO2-uitstoot van een VS-onderdaan nog steeds 20 keer hoger is dan die van een Indiër. Duidelijk een ecologische schuld van het Noorden ten opzichte van het Zuiden. Bovendien dreigt een kwart van de investeringen in infrastructuur, landbouw en gezondheidszorg een maat voor niets te worden als ze niet anticiperen op de klimaatcrisis, stelt dan weer de Wereldbank.
Een drastische vermindering van de uitstoot van de industrielanden blijft dan ook de absolute prioriteit. Hiervoor is een ambitieus beleid van energie-efficiëntie en energiebesparing nodig. Dat wil zeggen dat we niet de gemakkelijke weg mogen opgaan, zoals nu gebeurt. Zo wil Europa dat de transportsector 10 procent biobrandstoffen gebruikt, maar het vergeet de impact van dit streefdoel op het Zuiden, waar de meeste energiegewassen zullen worden geteeld. Een grote auto voltanken met ethanol kost evenveel graan als nodig is om iemand een jaar lang te voeden. De voedselonzekerheid en de honger zullen dan ook door stijgende voedselprijzen verdubbelen tegen 2015, zeggen de Verenigde Naties, terwijl die, in het kader van de millenniumdoelstellingen, net ijveren voor een halvering van het aantal mensen met honger.
Industrielanden geven ook een te gemakkelijke invulling aan de zogenaamde flexibele mechanismen om hun Kyotodoelstelling te realiseren, zoals het Clean Development Mechanism (CDM). Op zich biedt CDM kansen: voor de industrielanden is het vaak goedkoper om elders te investeren in CO2-reductie; in ontwikkelingslanden zorgt dit voor investeringen en technologieoverdracht. Maar in werkelijkheid wordt nauwelijks geïnvesteerd in projecten met toegevoegde waarde voor de lokale bevolking. Slechts 1,4 procent van de projecten heeft het verbeteren van de energie-efficiëntie als doel. Nog minder projecten hebben oog voor de bredere ontwikkelingsdoelstellingen van de lokale bevolking. De CDM-projecten zijn ook slecht gespreid. De armste Afrikaanse landen vallen bijna helemaal uit de boot. Investeerders gaan liever waar er goede infrastructuur en weinig risico’s zijn.
Het VN-energieprogramma stelt dat nog steeds 1,6 miljard mensen geen toegang hebben tot elektriciteit. Tegelijk wordt van hen een “koolstofarme ontwikkeling” verwacht. Terecht, maar gezien deze energiearmoede is dit een extra moeilijke opgave. De Britse econoom Nicholas Stern schat dat hiervoor minstens 20 tot 30 miljard dollar per jaar nodig is, geld dat ontwikkelingslanden niet hebben. Op de VN-Klimaatconferentie in Bali, eind 2007, toonden deze landen grote betrokkenheid voor een globaal klimaatbeleid. Ze stelden ook dat hun inspanningen afhangen van financiële en technologische steun vanuit industrielanden. Ontwikkelingssamenwerking kan een belangrijke rol spelen in advisering en samenwerking rond kennisoverdracht, onderzoek en ontwikkeling. Ook kan ze bijdragen om de enorme opslagcapaciteit van broeikasgassen in ontwikkelingslanden te behouden of te verhogen. Dit kan door ontbossing en bodemaftakeling te voorkomen en te zorgen voor herbebossing. En door te kiezen voor duurzame landbouw.
Vandaag al probeert het Zuiden zich aan te passen aan klimaatverandering. Zuid-Afrikaanse boeren schakelen over op gewassen bestand tegen variabele regenval. Bengalezen bouwen drijvende groentetuinen om hun voedsel te beschermen tegen overstromingen. In Vietnam plant men dichte mangroves aan om dorpen te beschermen tegen tropische stormen. Maar de klimaatcrisis vergt bijkomende middelen. Oxfam International schat de kosten van aanpassing in het Zuiden op 50 miljard dollar per jaar. Echter, het Global Environmental Facility, het belangrijke globale fonds ter ondersteuning van klimaatmaatregelen in het Zuiden, ontving slechts 177 miljoen dollar. Bijkomende steun uit het Noorden voor aanpassingsmaatregelen die ontwikkelingslanden moeten beschermen tegen de nadelige gevolgen van de klimaatcrisis is dus nodig.
We hopen dat het initiatief van minister Michel uitmondt in een ambitieus beleid. In het algemeen echter komt het Noorden zijn beloftes niet na om financiële middelen vrij te maken voor duurzame ontwikkeling in het Zuiden. Slecht vijf landen hebben tot nu toe de in 1970 beloofde 0,7 procent van hun BNP aan ontwikkelingssamenwerking besteed. België is daar niet bij. Voor de minister stelt zich verder de opdracht om elk programma van ontwikkelingssamenwerking als het ware klimaatbestendig te maken. Zo niet dreigt elke investering in het Zuiden gewoonweg een maat voor niets te worden. Het budget van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking moet dus niet worden verminderd, zoals de minister recent heeft beslist, maar verhoogd.
Koen Van Bockstal & Els Keytsman Oxfam-Wereldwinkels
Vandaag heeft Friends of the Earth Europe in Brussel haar Europese campagne "The Big Ask" gelanceerd. Met de steun van People for Earth én Radiohead-frontman Thom Yorke. De zanger van Radiohead zakte af naar Brussel om deze actie te steunen, net als People for Earth-artiesten Tom Kestens (Lalalover), Stef Kamil Carlens (Zita Swoon), Gert Bettens, Jef Neve, Senso (Joshua), Tom Pintens en Nathalie Meskens.
We willen de burgers aansporen om hun nationale politici aan te spreken. Die moeten gaan voor bindende jaarlijkse doelstellingen voor de reductie van CO2-uitstoot. "Politici zijn degenen die de wetten schrijven die wij als burgers en bedrijven moeten volgen. Zij zijn de enigen die de structuren kunnen oprichten die ons helpen om klimaatverandering succesvol het hoofd te bieden", zo verklaarde Yorke. Een klimaatwet dus, zoals Peter Tom Jones en ik bepleiten in "Het klimaatboek".
De zanger van de gerenommeerde Britse rockgroep was het gezicht van The Big Ask-campagne die in 2005 in het Verenigd Koninkrijk van start ging. Die was zeer doeltreffend, en daarom wil Friends of the Earth de campagne naar het Europese vasteland brengen.
Op de website "The Big Ask" kan je alle informatie over de Belgische campagne vinden. Trek de politici uit je gemeente aan de mouw en vraag hen om te gaan voor een ambitieus klimaatbeleid!
De klimaatcrisis zal heel wat bijkomende armoede veroorzaken en de kloof tussen rijk en arm versterken. De Noord-Zuidbeweging besteedt daarom veel meer aandacht aan het probleem van klimaatverandering.
Eerder al publiceerde Oxfam een studie over de duidelijk waarneembare effecten van de klimaatcrisis (“Weather disasters have quadrupled in 20 years”). Omdat er zich meer weerrampen voordien terwijl de bevolking blijft stijgen, worden alsmaar meer mensen gedwongen te leven in die gebieden die erg kwestbaar zijn voor de volgen van de klimaatverandering, zoals droogte of overstromingen.
Nu is de organisatie een blog gestart over klimaatcrisis en armoede. Het blog is pas opgestart, dus erg veel berichten vind je nog niet terug, maar daar zal ongetwijfeld vlug verandering in komen.
Eskimokaka snapte niets van de onzinnige plannen om in Antwerpen een reusachtige steenkolencentrale neer te poten.
"Wij moeten allemaal onze levensstijl aanpassen en dan gaan er een paar bietekwieten elk jaar twee miljoen ton steenkool verbranden. De kostprijs voor dit staaltje waanzin? Anderhalf miljard euro. Dat het een tikkeltje properder is dan een gewone centrale vind ik flauw: 25% minder uitstoot is niets vergeleken bij 100% minder uitstoot."
Zeer juist. In tijden van Kyoto-protocollen en Bali-akkoorden een meer dan idioot plan. Charlo heeft nu een online-petitie opgezet onder het motto "Kappen met kolen" die je hier kan tekenen.
Foto via Greenpeace. Op 11 juli 2005 voerden Greenpeace-vrijwilligers actie bij de elektriciteitscentrale van Amercoeur, nabij Charleroi. Ze onderbraken de bevoorrading met steenkool van deze vervuilende centrale en ontplooiden spandoeken die duidelijk maken dat ‘steenkool een ramp is voor het klimaat’.
Succes in België met deze actie! In Nederland doen we als GroenLinks ook ons best om de vijf kolencentrales die hier in dit land gepland staan te stoppen.
Ach ik kan het niet laten om hier een klein beetje commentaar op te geven, ook al gaat het niet over nucleaire technologie...
De argumenten die E.on aanhaalt zijn zeker acceptabel te noemen. Maar er zit een klein foutje in hun redenering, allé allesinds in de redenering van op TerZake....
Zij gaan er namelijk van uit dat onze oude kolencentrales gesloten kunnen worden omdat deze uit de markt zouden geconcureerd worden, ik zou zeggen droom voort want enkel gas zal uit de markt geconcureerd worden.
Nu er zijn ook pluspunten aan hun centrale, ze werken met superkritisch water en gaan dus stoom van uiterst goede kwaliteit kunnen leveren aan de Antwerpse chemie waardoor deze hun vaak minder effiente stoomgeneratoren kunnen sluiten, wat enkel ten goede komt.
Nuja gewoon even mijn mening uiteen gezet want alles gewoonweg afbreken is eenzijdig. Aan ALLES zijn plus en minpunten
Minister-president Kris "windenergie is een hype" Peeters (CD&V) vindt de methodologie die de EU-commissie voorstelt om tegen 2020 de CO2-uitstoot met 20% te verminderen en voor een aandeel van 20% hernieuwbare energiebronnen te zorgen, niet haalbaar voor ons land. Dat blijkt uit het verslag van het Overlegcomité van de verschillende regeringen van ons land.
Terwijl de hele wereld verzamelt op Bali om over een ambitieus klimaatbeleid te onderhandelen, vindt de leider van één van de rijkste regio's ter wereld het dus niet nodig om bij te dragen tot een Europees klimaatbeleid. Wetenschappers houden ons echter al veel langer voor dat we tegen 2050 moeten evolueren naar 80% minder CO2-uitstoot. Dat is dus andere koek dan de luttele 7,5% van het Kyotoprotocol of de 20% die Europa vooropstelt tegen 2020.
Eloi Glorieux van Groen! wees minister Kris Peeters er fijnjes op dat onze buurlanden wel "hun verantwoordelijkheid opnemen en zelfs een pak verder gaan dan de vooropgestelde EU-doelstellingen". Het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld legt zichzelf op om tegen 2020 naar een reductie te gaan van 60%. De Britten gieten deze doelstelling zelfs in een wet.
Kris "verstandig groen" Peeters ontzegt ons land een mooie toekomst met dergelijke manoeuvers. Investeren in eco-technologie en cleantech, in energie-efficiëntie en in ecodesign verhoogt de koopkracht van gezinnen en bedrijven, en levert duizenden jobs op.
Eén van de belangrijkste instrumenten binnen de ecologische economie, is cap & trade. Hierbij wordt een absoluut plafond opgelegd aan vervuiling (bijvoorbeeld CO2-uitstoot), en binnen dat kader moeten landen of bedrijven dan emissierechten kopen. Wie meer vervuilt dan het opgelegde plafond, moet dan emissierechten komen bij diegenen die minder vervuilt dan toegelaten.
Emissiehandel via cap & trade wordt gebruikt in het Europese klimaatbeleid, en ook in de VS denkt men eraan dit systeem in te voeren. Voorwaarden zijn wel een laag genoeg plafond, en een voldoende hoge instelprijs voor de uitstootrechten.
Op die manier leg je vervuiling aan banden, en plak je een prijs op vervuiling. Zo'n systeem is veel effectiever dan alleen maar een ecotax heffen op vervuiling. Want degenen die het zich kunnen veroorloven, vervuilen dan vrolijk verder. Zo wordt "de vervuiler betaalt" al gauw "de betaler vervuilt".
Vandaag start de VN Klimaatconferentie in Bali. Deze belangrijke conferentie zal in totaal twee weken duren, en is cruciaal. Want in Bali wordt besproken hoe het internationaal klimaatbeleid er na 2012 er zal uit zien. Dat jaar loopt immers het Kyotoprotocol af. En opdat er daarna geen leemte zou ontstaan, moet er tegen uiterlijk 2009 een nieuw akkoord klaarliggen. Het voorbereidende werk wordt dus nu verricht.
Kyoto was een bescheiden, maar erg belangrijke stap. Want zonder Kyoto zouden heel wat industrielanden tot vandaag gewoon niets hebben gedaan. Of zoals klimaatwetenschapper Van Ypersele het scherp stelt:"zonder Kyoto zou de geïndustrialiseerde uitstoot met twintig procent gestegen zijn. Kyoto is dus wel degelijk een trendbreuk." Maar tegelijk weet iedereen die de klimaatcrisis opvolgt, dat we wereldwijd moeten gaan naar 50 à 60% reducties tegen 2050. Voor een Westers industrieland als België betekent dat 30% minderuitstoot tegen 2020 en 80% à 90% tegen 2050.
Vandaag bereikten ons alvast twee heel positieve signalen. Australië besliste het Kyoto-protocol te ratificeren en kreeg daarvoor een daverend applaus van alle delegaties in Bali. De ratificatie betekent meteen dat Australië volwaardig zal deelnemen aan de onderhandelingen voor een post-kyoto akkoord. Hiermee zijn de Verenigde Staten het enige westerse industrieland (en enige grote economische macht) die het protocol nog steeds niet hebben getekend. De beslissing van Australië zet de VS nu ook onder druk om de klimaatonderhandelingen serieus te nemen.
Een ander positief signaal kwam van het bedrijfsleven. Net voor de start van de klimaatconferentie hebben topbedrijven van over de hele wereld opgeroepen om een internationaal akkoord te sluiten dat de schadelijke impact van de klimaatverandering terugdringt. Het gaat om 150 bedrijven uit Europa, de VS, China en Australië. Umicore is het enige Belgische bedrijf dat de Bali-oproep ondertekent. De bedrijven dringen aan op een wettelijk kader dat hen ertoe zal aanzetten om te investeren in milieuvriendelijke technologie. Ze stellen dat het negeren van de opwarming van de aarde onvermijdelijk de economisch groei zal aantasten.
Vandaag wordt veel gezegd en geschreven over de stijgende voedselprijzen. Het klopt: graan, mais en andere grondstoffen stijgen sterk in prijs door de grotere vraag naar agrobrandstoffen, door speculatie, mislukte oogsten. Maar het verhaal is erg genunanceerd. Aardappelen bijvoorbeeld zijn het voorbije jaar 16% in prijs gedaald.
Maar dat is niet de enige nuance. We gooien met z'n allen ook enorm perfect eetbaar voedsel weg. Britten gooien ongeveer een derde van hun voedsel gewoon weg. Dat koste een gemiddeld Brits gezin naar verluidt 375 euro per jaar. De Britten doen daarmee even slecht als hier. Eerder schreef ik al logjes over die spilzucht. Ook Nederlanders gooien meer dan een derde van hun voedsel weg, en ze verspillen daarmee jaarlijks tussen de 3,9 en 4,8 miljard euro. Een gemiddeld Nederlands gezin gooit zo’n 330 euro per huishouden aan voedsel per jaar in de vuilnisbak, ofwel zo’n 10 à 15% van al het eten dat ze aanschaffen. En uit Kortrijkse cijfers bleek dat een gemiddeld Belgisch gezin in 2004 gemiddeld 165 kilogram eten (of 330 euro per jaar) in de vuilnisbak gooit.
Al dat weggooien is blijkbaar een levensstijl: we kopen te vaak eten zonder vooraf in de koelkast en de voorraadkast te controleren wat we precies nodig hebben. En we kopen vaak te veel, gaan op onverwachte tijdstippen uit eten en laten verse producten thuis in de koelkast verleppen. Jonge mensen met een baan gooien het vaakst ongeopende producten weg maar ook gezinnen met kinderen in de schoolleeftijd zijn eveneens verspillers, blijkt uit het Britse onderzoek. Dat voedselverspilling sterk generatiegebonden is, waren ook de Nederlanders al achtergekomen: jongeren gooien het meeste eten weg. Voedselverspilling is overigens niet inkomengerelateerd, hebben de Nederlanders ontdekt: rijken gooien net zoveel weg als armen.
Maar ook supermarkten en restaurants werken verspilling van voedsel in de hand door slogans als “twee kopen, één gratis” of “eet zoveel je kan voor 15 euro”. In de horeca en voedingsindustrie (landbouw, fabrieken en supermarkten) wordt voor bijna evenveel voedsel. In supermarkten gebeurt dat doorgaans omdat de producten 'over datum' zijn.
Kopen, kopen,kopen, maar niet opeten, met andere woorden.
Eten weggooien is levens vergooien. Zeker met volgend cijfer in het achterhoofd: 70 euro volstaat voor Unicef om 7 straakinderen een maand lang te verzorgen, voeden en naar school te laten gaan.
De Britten zijn alvast een nationale campagne gestart: Love food hate waste. Een website bevat tal van tips om voedsel beter te bewaren. Topchefs geven recepten met restjes vrij. Je vindt er een programmaatje dat uitrekent hoeveel rijst je bijvoorbeeld nodig hebt als je kookt voor twee volwassenen en twee kinderen.
De Nederlanders startten eerder al met het project Fresh on Demand om aan het wegwerpschandaal paal en perk stellen. De universiteit van Wageningen, levensmiddelenindustrie, horeca en supermarkten en elektronicagigant IBM willen met hun samenwerkingsverband binnen vijf jaar de jaarlijkse verspilling met 1,2 miljard euro verminderen.
Droge info vind je op mijn website.
Kletsen doe ik op Twitter.
Ik doe sociaal op Netlog en
Facebook.
Mijn 'serieuze' netwerk onderhoud ik op LinkedIn.
Van Plaxo
weet ik nog niet goed of het nu serieus is of fun.
Interessante links gooi ik op delicious.
En foto's plaats ik op Flickr.
0 reactie(s):
:: zelf reageren ::